Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velden, nam hij Ilse mede voor een wandeling. Zwijgend liepen zij arm in arm den stillen rechten landweg. Zij spraken maar heel weinig, daar was niets bijzonders in, dat deden ze wel meer. Toen, eigenlijk zonder eenige noemenswaardige inleiding, begon hij te vertellen van dingen uit zijn eigen leven, van dingen die hij begeerd had en niet gekregen, heel andere dingen dan die, waarnaar Ilse's hart uitging, maar het kwam toch eigenlijk weer op hetzelfde neer. En toen sprak hij van Hem, den Heiland, zooals hij altijd over Hem sprak, zoo vol teerheid en eerbied, alsof hij Hem dagelijks zag van aangezicht tot aangezicht. Hoe lief hij een menschenkind toch had, hoe Hij slechts zijn zieleheil begeerde en dat, als Hij weigerde iets te geven, Hij het deed met een bedroefd harte. Het voornaamste voor een mensch op aarde was toch maar om in het Koninkrijk binnen te gaan en - nietwaar? Ilse had er toch ook van gehoord - door velerlei verdrukking zou men ingaan, maar als men slechts inging, daar kwam het op aan. Als men maar niet verbitterd werd en moedeloos, doch kon zeggen : Heere, ik vertrouw U en ikzal Uwe liefde niet verdenken, later zal ik het beter begrijpen, waarom Gij mij zooveel onthouden hebt."

Hij sprak dikwijls zoo over allerlei, dat hem bezighield. Later hoorde Ilse het wel eens in een preek, dingen die hi], al peinzende, tot haar had gezegd.

Daarom bevreemdden zijne woorden haar in 't geheel met.. Stil luisterend liep zij naast hem voort en het was alsof iemand een koele hand op een brandende wond legde, alsof ze weer het kleine meisje was, dat vroeger aan zijn hand liep en dat hij poogde te troosten in haar kinderverdriet.

Den volgenden morgen aan het ontbijt besprak ze op onverschilligen toon den brief, dien zij had ontvangen en hoorde met groote kalmte de enthusiaste uitroepen van haar moeder en zelfs met veel geduld het geheele verhaal over

Sluiten