Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleur als de mantel, keek het vroolijke, blozende meisjesgezicht.

Er was niemand dan de oude stationschef, die op den komenden trein scheen te wachten. Zij had hem naar zijn vrouw gevraagd, van wie ze wist dat ze lang ziek was geweest.

De chef wijdde haar eerst in al de ziekteverschijnselen van zijn vrouw in, maar daarna begon -hij uit te wijden over dokter Van Hoogsteden. Zooals die geweest was 1 Neen, zoo had je er niet veel. Als ze zijn moeder was geweest had hij niet beter voor haar kunnen zorgen. Ze zeggen dat hij verbazend knap is, maar dat had hij, de chef, ondervonden. Hij had ook al hooren vertellen dat ze uit andere dorpen bij hem kwamen met moeilijke gevallen.

Soeurette voelde hoe ze begon te blozen. Bespottelijk toch, die man zou nog denken dat zij er iets om gaf wat hij van den dokter zeide. Zij trachtte zijn woordenvloed te stuiten door te verklaren dat er vandaag toch zooveel wind'was, en dat je het warm kreeg als je liep.

Maar de oude chef was zoo gauw niet van zijn onderwerp af.

Juist vertelde hij dat dokter' van Hoogsteden zijn vrouws zuster ook al zoo goed behandeld had, toen de dokter zelf haastig kwam aanloopen met een bruine tasch in de hand.

Een blijde glimlach gleed over zijn gezicht, toen hij Soeurette bespeurde en met een beleefden groet naderde hij het jonge meisje. De chef bleef midden in een zin steken, daar hem door een arbeider iets werd toegeroepen.

Soeurette keek den dokter met een ondeugend glimlachje aan en zeide: „Jammer, dat u niet even eerder bent gekomen, u zoudt zooveel goeds over u zelf gehoord hebben."

„Dan ben ik maar blij dat u het gehoord hebt 1" verzekerde hij, ook lachende.

Hij heeft toch een knap gezicht, dacht Soeurette, en als

Sluiten