Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weerde altijd dat die twee wel een paar zouden worden. Of hij haar aardig zou vinden? Zij had ze nog zelden samen gezien, maar hij kwam er zeker wel dikwijls aan huis. De laatste keeren dat hij op Gerkestein kwam, was hij buitengewoon vriendelijk geweest. Als ze nu wegging zou Anne Marie hem moeten ontvangen.

Onderwijl vertelde ze den notaris, dat hare moeder het goed maakte en dat Anne Marie vroolijk was als altijd en dat zij gekomen was omdat zij graag een flink eind liep in deze heerlijke najaarslucht.

De notaris scheen erg in zijn schik. Hij praatte druk en opgewekt en wreef zich van tijd tot tijd de handen; en ze waren nog geen tien minuten op weg, of hij vertelde dat hij een brief van Mej. Rijnvelt had gehad over de sonnetten en schetsen, die Soeurette haar gestuurd had.

„Je hebt talent kind, en er zal nog heel wat van je te maken zijn. Juffrouw Rijnvelt gelooft dat je zeer zeker in die richting zult moeten doorgaan. Zij raadt je aan nog eenige literatuurlessen te nemen en je geheel op schrijven toe te leggen."

Soeurette stak nu haar arm door dien van den notaris en begon te vertellen van Mevrouw Steenbergen en hoe die gezegd had dat je eerst door de leerschool van het leven moest gaan, voordat je schrijven kon, en van haar eigen verlangen om iets nuttigs te gaan doen en van den brief dien I'se haar gebracht had.

Eerst wilde de notaris van niets hooren. Het was immers onmogelijk. Zij, Soeurette, die het zoo goed kon hebben, zij behoefde immers niets te gaan doen ; wat had zij er aan, zich in allerlei moeilijkheden te steken?

Maar Soeurette bleef volhouden en keek hem smeekend aan.

„De oogen van haar moeder!" doorflitste het zijne gedachte, en zijn overtuiging begon te wankelen.

„U moet toch toegeven Onkeltje, dat één dochter thuis voor moeder genoeg is. Trouwens, liet zij er eenigszins bitter op

Sluiten