Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overkant, waar hare toehoorders zaten, maar staarde strak voor zich uit. „Wij vonden het zoo verkeerd van hem, dat hij het gras op het oprijplein, tusschen de steenen, liet groeien en den boel zoo verwaarloosde. Maar we wisten niets van hem af. Nietwaar? dan beoordeel je de menschen altijd verkeerd. Zijn kassen zijn prachtig in orde, met de mooiste bloemen, dat verzeker ik je. Ik vroeg aan de tuinvrouw, of het kasteel van binnen mooi was. „Zij bood mij dadelijk aan, het mij te laten zien:

„De jonker zal het best goed vinden" — zeide ze — „want uwe familie is genoeg bekend, 't Is meest oude rommel en familieportretten."

Maar o, lieve schatten, als jullie dat nu eens gezien hadden ! Louter antieke dingen in de groote ridderzaal, niets dan oude portretten, je had er abdissen uit de 17de eeuw bij, met vrome, bleeke gezichten en gevouwen handen, ridders in volle wapenrusting en dames in zijden gewaden en fluweelen mantels, oude kasten en antieke klokken en gebeeldhouwde eiken bidstoeltjes uit de middeleeuwen. Terwijl ik dat alles zoo bekijk, zegt de tuinvrouw op eens: „Loop u maar verder alleen rond, want ik bèn met het eten voor den jonker bezig, stel u eens voor, dat het aanbrandde! Ik kom dadelijk wel terug."

„Ik dwaalde door de kamers, bekeek de grappige, ouderwetsche bedden met hun sombere, damasten gordijnen en was eindelijk aangeland in een kleine kamer. Soeurette, — en nu keek ze weer naar den kant van hare zuster — „en wat denk je dat daar stond? een spinet. Een ouderwetsch spinet, zoo een waarop onze overgrootmoeder speelde. Ik tokkelde er op, 't was wel een beetje valsch, maar ik kon niet nalaten, even een van moeders Fransche liedjes te zingen. Daar gaat de deur open, ik kijk nieti op, denkende dat het de tuinvrouw is en ik roep: „Zeg, je moet aan je jonker eens zeg-

Sluiten