Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen dat hij dit mooie oude spinet moet laten stemmen."

„Ik had bijna een gil gegeven, toen ik een mannenstem hoorde zeggen: „Uw wensch zal voor mij een bevel zijn." Ik keek uit het raam, het doorflitste als een bliksemstraal mijn hoofd, of ik uit het raam zou springen en zoo verdwijnen, dan wel op de een of andere manier in den grond zou kunnen zinken. Maar je weet, Soeurette, ik ben nooit mijn hoofd kwijt. — Weet je nog dien middag, toen wij ons zoo bespottelijk hadden opgetuigd en je vriend, de dokter, in eens binnenkwam? — Nu, ik stond op, maakte een onberispelijke buiging en stamelde : „Op heeterdaad betrapt Jonker, maak u maar procesverbaal op wegens inbraak."

„Hij kwam echter naderbij, excuseerde zich wegens zijn toilet en vroeg op ernstigen toon: „Mag ik mij even voorstellen? — Godert van Ulckenhoven."

De kleine notaris scheen het niet langer te kunnen uithouden, hij was opgestaan, ging nu vlak bij het vuur staan, zijn handen in beide zakken, de beenen iets uit elkaar, en op Anne Marie neerziende vroeg hij op een toon, strenger dan zij ooit van hem gehoord had: „En mag ik weten, wat mijn nichtje daarop geantwoord heeft?"

„Zeker mag je dat, Onkeltje, zie je wel, dat de rimpeltjes in je voorhoofd er al zijn? Met zulke booze oogen heb je mij nog nooit aangekeken; en het naarste van het geval is i je zult moeten blijven boos kijken, want ik heb geen spijt van 't geval. Wat ik gedaan heb?" — ging ze voort, lachend tot hem opziende. — „Net, wat ieder ander mensch doet, als een ander zich aan hem voorstelt: Ik maakte weer een buiging en lispelde toen heel deemoedig: „Anne Marie Toll van Waveren," en toen hebben we ons beiden als schoolkinderen aangesteld en eens flink uitgelachen."

„En toen?" herhaalde Soeurette.

„Ja, wat toen ? We hebben toen een heeleboel gepraat, ik,

Sluiten