Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zeide dan ook niets, maar keek hem alleen lachende aan.

Hij vergat ook 't verdere en, Soeuretje, denk eens, hij vroeg zoo maar pardoes naar jou.

Hoe of je het maakte, hoe of je het had, of je er je in schikken kon, of je het goed met Mevrouw Van Steggerda had, etc.

En ik vertelde van alles en hij vergat hoe langer hoe meer zijn ambtsgezicht, hij lachte hardop, schaterlachte zelfs een oogenblik, ik vertel je niet eens meer wat ik allemaal gezegd heb, toen was hij net een groote jongen, maar heel gauw schrikte hij van zijn losheid. Hij ging in eens weer heel recht zitten, zette het ambtsgezicht weer en sprak over: „Mevrouw uw moeder" en wijdde bij het heengaan uit over de voortreffelijkheden van „de freule uw zuster", die het zoo maar aandurft, die zoo goed met Mevr. Van Steggerda kan opschieten etc. etc.

Toen ik de deur achter hem sloot, heb ik net gedaan als Roortje achter den rug van juffrouw Treesje deed

Maar nu komt het mooiste. Vóór de koffie kwam Onkeltje, wij gingen 's middags een gezellige wandeling maken door de bosschen en toen wij om vier uur terugkwamen, wie denk

je dat daar juist voor het huis van zijn paard afsteeg ?

Nu, je kunt het wel raden, niet? — Mijn ridder van den Ulckenstein!

Hij heeft onberispelijke, beleefde manieren en stelde zich aan Onkeltje voor, die keek nu wel als een boer die kiespijn heeft, maar hij noodigde hem toch uit binnen te komen. Denk eens aan, Soeuretje, daar zat hij nu - en hij bleef tot halfzes, en heeft ons beiden uitgenoodigd morgen zijn kasteeltje te komen zien. Hij heeft een tante te logeeren en vond het zoo'n mooie gelegenheid, daar er nu een gastvrouw was.

Onkeltje had geen lust, hij trachtte allerlei uitvluchten te maken, maar het ging niet. Hij was net als een vlieg in het net van een spin, hij kon er niet uitkomen. Alles werd zoo

Sluiten