Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanlokkelijk voorgesteld, het zou bepaald onbeleefd geweest zijn er voor te bedanken. Godert heeft zoo'n beslisten trek om zijn mond, daaruit kan je zien dat hij een vasten wil heeft, en zich niet gauw uit het veld laat slaan. Je moet niet denken dat ik hem Godert noem, ik vind het maar zoo'n mooien naam, en noem hem zoo voor me zelf.

Onkeltje maakte nog verontschuldigingen over zijn brutaal nichtje, maar Godert zeide niets, hij keek me maar alleen aan •en, Soeuretje, ik, die anders heelemaal niet verlegen ben, ik voelde me als een meisje dat geen tien kantellen. Wat denk je; kijken de menschen elkaar meer zoo aan ?

Hij behandelt mij, alsof ik een heilige ben die van haar voetstuk is afgedaald en nu in de wereld rondloopt en kopjes thee inschenkt en inbraak pleegt in onbewoonde kasteden. Alleen, mijn hand heeft hij bij het heengaan heelemaal niet eerbiedig gedrukt, 't was zelfs bijna te hard voor jouw AnneTnietje. Ik dacht vroeger dat alleen Ilse Steenbergen een specialiste was in het kleur krijgen maar, Soeuretje, ik heb er tegenwoordig ook last van, hoe vind je het?

Toen hij weg was, heeft Onkeltje erg tegen me gepreekt, ik zat op mijn geliefkoosd vachtje aan zijn voeten en ik heb wel vijfmaal de rimpels uit zijn voorhoofd moeten strijken. Ik vertel je maar niet wat hij allemaal gezegd heeft. Onkeltje is vast niet goed ingelicht en houdt nu eenmaal zooveel van ons, dat eigenlijk niemand goed genoeg voor ons is.

Aan het eten was hij bepaald brommig en nu zucht hij nog. Hoe kan hij toch, want na vandaag komt morgen!

Morgen? ....

Dag Soeuretje, als ik ooit trouw, neem ik Roortje als dienstbode er bij, ze is bepaald een verwante ziel.

Je eigen Annemietje.

Sluiten