Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welo.eleo.en, Vrijdagavond. Mijn beste Annemietje.

Ik heb je brief zooeven gekregen, en den ganschen dag had ik het gevoel alsof ik je dadelijk schrijven moest. Ik voelde mij zoo schuldig, dat ik je verlaten had. Nu doe je misschien wel allerlei dwaze dingen, waarvan je later verschrikkelijke spijt zult hebben.

Als ik nu maar bij je was kon ik je waarschuwen. Ik heb zooveel tusschen de regels doorgelezen, en ik ben zoo bang dat jij, die zoo onervaren bent en zoo weinig van 't leven afweet, een stap zult doen die je later berouwen zal.

Wat weet je nu van dien Qodert af ? Hoe kon hij nu zoo oud worden als hij is, en niets uitgevoerd hebben tot het welzijn van zijn medemenschen? Geloof jij, dat, als je werkelijk een Christen bent, je het dan zou kunnen uithouden, nooit in de kerk te komen ?

Als hij kwam, zou hij Ds. Steenbergen hooren, en je weet zelf, hoe die preekt als niemand anders. Dat mis ik toch wel heel erg hier, dat ik nu naar het andere dorp in de kerk ga, ik zou veel liever bij jullie komen. Verleden sprak ik er Mevrouw van Steggerda over, maar zij antwoordde op drogen toon, dat het behoorlijk en wellevend was te kerk te gaan in de plaats waar je woont, en dat God aan geen mensch was gebonden om mij een zegen te geven.

Nu, daar was niet veel op te antwoorden. Maar als jij trouwt, nietwaar, dan moet het toch met iemand zijn die denkt als wij over de dingen. Ik zou het zoo vreeselijk vinden, als er iets was, dat niet goed was. Je begrijpt toch wel, dat Onkeltje ergens over zucht en dat er natuurlijk wel iets is waarover hij rimpels in zijn voorhoofd trekt

Sluiten