Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII. Anne Marie heeft huwelijksplannen.

TJET was een koude Januaridag, 's Ochtends had de zon I I geschenen, en de zwaar van sneeuw gebogen takken I omtogen met goudgeel licht. Alles was wit geweest, f-* hel wit, alleen daar, waar de zonnestralen vielen, was het verblindend geel en stralend oranje geweest. De sneeuw knerpte onder den druk van den voetganger en lustig en vroolijk bengelden de belletjes aan de hoofdstellen der trekpaarden in het dorp, die alle op scherp gezet waren en die loomer dan ooit de logge vrachtwagens voortzeulden. Tegen den middag waren de grijze wolken komen opzetten, en mistige koude nevels trokken langzaam over het landschap.

De notaris was met den middagtrein aangekomen, met korte kleine vlugge pasjes liep hij over den besneeuwden grintweg. Nu en dan beantwoordde hij werktuiglijk den groet van den een of anderen dorpsbewoner, die hem op den weg tegenkwam. Ze kenden hem allen, den .dikken ouden kleinen notaris, die alles te zeggen had op Gerkestein. Hij beheerde den boel van de eigenares, want die was zooveel als stapelgek, en hij was rentmeester; maar voogd ook, ze mochten niets buiten hem om doen. Ze hadden hem alles te vragen. Zoo vertelden de menschen het elkaar, en daarom waren ze even eerbiedig tegenover hem als ware hij zelf bezitter van Gerkestein geweest.

Sluiten