Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben gegeven, zich, met een vergevensgezind harte, neer te buigen over het sterfbed van hem, die haar zoo diep ongelukkig had gemaakt en haar onverzorgd in deze moeilijke dagen alleen had achtergelaten. En haar kinderen — hij had ze lief, alsof ze zijn eigen waren en hij zou strijden voor hun geluk met al de kracht die in hem was. Niet, dat die Godert van Ulckenhoven nu zoo'n slechte man was, 't was er een als Anne Marie's vader, vriendelijk en beminlijk in den omgang, maar met weinig energie — een groot kjnd, die zijn tijd aan de academie verbeuzeld had, niet had afgestudeerd, en toen maar zijn tijd buitenslands had doorgebracht met allerlei sport en vermaak. In den jachttijd kwam hij terug op zijn Geldersche bezitting, om te jagen. Dat hij een eenigszins ernstiger levensopvatting had, daarvan had de notaris nooit gehoord. Dat was nu niet de man, dien hij begeerde voor zijn Anne Marie ; of hij al rijk was, wat was dat nu ? Alleen zulk soort menschen als mevrouw Versteynen konden dat iets heerlijks vinden.

Hun vader was vroeger ook rijk geweest — rijk zijn is zoo betrekkelijk in de wereld; als je een al te ruime hand hebt, helpt iedereen je maar al te graag van je bezittingen af — om geld behoefden ze niet te trouwen. Ze hadden genoeg, daar had hij zelf tenminste voor kunnen zorgen, en als hij kwam te vallen kregen ze nog meer. Hij zou eens ernstig met Anne Marie spreken, er was nu nog niets gebeurd. Ze hadden elkaar in de afgeloopen maand wel eenige malen gezien, maar dat kwam door die praatzieke oude tante. Die was nu weer weg, die had het in Siberië ook niet uitkunnen houden. Hij lachte schamper in zich zelf en keek bewonderend rond naar de besneeuwde boomen en naar de heerlijke schoonheid van het sneeuwlandschap.

In de stad had je nu gore, slikkerige straten, en vuile modderwegen en rookerige benauwde lucht, als de mist de rookwolken uit fabriekschoorsteenen omlaag drukte.

Sluiten