Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De notaris wachtte echter tot na het eten, voor hij het onderwerp aanroerde dat hij zich voorgenomen had met haar te bespreken, en toen werd het hem wel heel gemakkelijk gemaakt.

Hij zat op een lagen stoel bij het vuur en rookte een sigaar terwijl hij peinzend de rookwolkjes, die hij uitblies, achterna keek.

Anne Marie zat in haar geliefkoosde houding, ineengedoken op de groote vacht bij den open haard.

Zij had de gaslampen niet aangestoken, alleen een kleine lamp met een kleurige kap verlichtte het vertrek.

Aan tafel was ze, zooals altijd, in een dol vroolijke bui geweest en ze had den notaris doen schateren van 't lachen over al haar verhalen uit de buurt en uit het dorp.

Nu zat ze peinzend te kijken in het vuur. Ze had een licht groene japon aan, die haar bijzonder goed kleedde; de blanke hals was iets gebogen en de anders altijd lachende en stralende oogen keken nu ernstig voor zich uit. Een voor een warmde

ze de handen voor het vuur, toen op eens opkijkende, vroeg

ze, den notaris aanziende, zonder eenige nadere inleiding:

„Onkeltje, heb je wel eens in je leven vreeselijk veel van iemand gehouden ? Ik bedoel nu niet zooals je van ons houdt, maar ik meen zooals je maar eenmaal van iemand houdt in je leven, dat je het gevoel hebt alsof je wel sterven woudt voor dien je liefhebt."

De notaris keek spotachtig naar het meisje op den grond, trok zijn roode wangen in plooitjes, legde zijn sigaar even op het aschbakje, schoof zijn stoel wat dichterbij en vroeg: „Is dit soms een inleiding?"

Anne Marie deed alsof hij niets gezegd had en ging voort: „Heb je wel eens gehouden van iemand, waar anderen nu niet zooveel van hielden, van wie men zich telkens verplicht acht je te zeggen, kijk, die fout heeft ze of dat mankeert haar ? En heb je dan het gevoel gehad: „dat kan mij

Sluiten