Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lot overlaten?" en toen verdiepte ze zich weer in allerlei herinneringen van vroeger. Over den donkeren tijd van haar huwelijksleven scheen een zwarte sluier gevallen te zijn, dien roerde zij bijna nooit aan en ook over hare kinderen sprak ze zelden. Als de notaris over Soeurette sprak en over haar werk, herhaalde zij slechts den naam: „Soeurette! ja, ja!"....

Toen hij dien middag de trap afgedaald was, had hij zichzelf een oogenblik rekenschap gegeven van alles.

Was het wel de moeite waard geweest? Wat zouden de menschen daar buiten in de wereld er om schaterlachen, als ze er over hoorden; een Don Quichot zouden ze hem noemen, een sukkel, een Jan Goedbloed. Een roman-held was hij waarlijk niet. Wie was nu in de wereld ooit tevreden geweest met geven en nog eens geven, zonder ooit iets terug te ontvangen? Had hij wel ooit iets ontvangen?

Toen had hij stilgestaan, op de onderste trede van de trap en nadenkend had hij zich met de hand over 't voorhoofd gewreven. Op eens, — als schaamde hij zich voor zichzelf— was hij haastig de kamer biHnengeloopen, en nu zat haar kind hier tegenover hem en deed hem dezelfde vraag.

„Onkeltje!" hoorde hij nog eens „Vind je het vervelend,

mij te antwoorden?"

Op eens scheen hij te ontwaken, zacht legde hij even zijn ronde dikke hand op haar mooi licht blond haar, toen, ze haastig terugtrekkende, zeide hij:

„Ik begrijp best kindje, waarom je dit alles vraagt, je hebt mij iets te vertellen en nu begin je met een vraag, om een goede inleiding te hebben. Zeg mij maar eerst wat je op je hart hebt, dan zal ik je dadelijk antwoorden."

Anne Marie kleurde donkerrood, maar het was ejen heel ander iemand die nu sprak, dan het luidruchtige oppervlakkige meisje, dat hij altijd voor zich zag.

Sluiten