Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat, als Godert Soeurette het eerst gezien had, hij niet om mij gedacht zou hebben. Wat denk je, Onkeltje ?"

De notaris trok de schouders op en antwoordde droogjes dat de smaken verschillend waren op de wereld, waarop Anne Marie in lachen uitbarstte en vroeg: „Als jij nu eens jong was en een vreemde mijnheer, wie zou jij dan gekozen hebben? Natuurlijk Soeurette, beken het nu maar eerlijk."

Anne Marie kreeg geen antwoord, maar in zijn hart was hij zich maar al te goed bewust, wie hij gekozen zou hebben, en wie hij eens gekozen had. Maar hij moest nu aan andere dingen denken, er was weer zooveel dat geregeld en geordend moest worden. Als Anne Marie binnenkort verloofd was met „dien jongen uit de buurt" zooals hij hem in gedachte minachtend noemde, moest hij er iets op bedenken dat er nog iemand anders in huis kwam. Het arme moedertje was tot niets in staat. Soeurette was zoo gelukkig in haar werkkring, dat het jammer zou zijn er haar uit te halen en mevrouw Versteynen zou 's winters niet naar buiten willen

komen Opeens sloeg hij zich met de hand op de knieën. Zeker,

dat zou hij doen — dat hij er niet eerder aan gedacht had! — dat zou prachtig zijn, je kon het niet beter bedenken. Hij zou juffrouw Rijnvelt vragen, voor onbepaalden tijd te komen logeeren, hij zou haar alles persoonlijk gaan uitleggen, zij zou hem wel willen helpen.

Tot Anne Marie, die hem verbaasd aanstaarde, zeide hij alleen: „Ik heb weer wat voor elkaar kind, je zult later wel zien wat; eerst wachten we nu de dingen af die komen zullen."

Sluiten