Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godert laat een paar kamers heelemaal inrichten voor mij. We zijn soms heel lang bezig met het behang te kiezen en turen uren in een platenboek van meubelen.

Als de dokter tegenwoordig hier komt, is hij heel anders tegen mij dan vroeger. Veel vriendelijker en lang niet zoo teruggetrokken, hij praat heel dikwijls over

Dan vraagt hij, of ik er pas ben geweest, en of ik niet vind dat je te veel doet, en dat je een beetje bleek ziet.

Dan antwoord ik dat men nooit moe wordt van alles, wat men graag doet. Maar dan schudt hij het hoofd, en kijkt heef bedenkelijk....

Dag Soeurette!

Je liefhebbende

Annemietje.

Welgelegen, Vrijdagmorgen.

Lieve Anne Marie.

Hoe kunt ge toch zulken onzin in het hoofd halen omtrent mij en den dokter? Alsof die iets om mij geeft, hij is tegen iedereen altijd even vriendelijk, en dus is hij tegen mij ook zéér voorkomend. Roortje vertelde mij nog vanmorgen, (waarom het kind daar zoo'n belang bij had, vraag ik mij nog steeds af) dat ze de juffrouw van den dominé met den dokter had zien rijden. Ik antwoordde heel kalm : „Wel Roortje, ze gingen zeker naar een zieke, je weet: juffrouw Steenbergen doet zooveel goed, en zoekt altijd allerlei zieke menschen op."

Roortje grinnikte echter van oor tot oor, en keek me met zoo'n vroeg wijs gezicht aan, dat ik er koud van werd. „Ze spraken niet over een zieke, dat verzeker ik u, ze keken elkaar aan en ze lachten, de freule behoeft me niets wijs te maken, alsof ik m'n oogen in mijn zak had."

Sluiten