Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik vroeg: „Maar Roortje, waarom zouden ze niet lachen en praten, dat doen wij hier in huis toch ook?"

Toen keek ze mij met een blik aan, waarvoor ik bijna den mijnen neersloeg, maar ik hield vol en bleef haar aankijken.

Ze trillerde toen even een wijsje en weg was ze. Ik kan je zeggen, dat meisje is een gesloten boek voor me; ik zou wel eens willen weten wat er in dat hart omgaat, soms heeft ze een duivelsche uitdrukking in de oogen, en alle vriendelijkheid van mijn kant weert ze af.

Ze zal altijd iets bedenken, om tegen me te zeggen dat me verdriet doet. Ik zal blij zijn als ze het huis uit is. Ik heb er al dikwijls met Mevrouw over gesproken, of het niet beter voor haar zou zijn in een andere omgeving te komen. De dokter zegt dat ze niet geheel normaal is, hij zou het ook veel beter vinden als ze verplaatst werd. Hij is bang dat we den een of anderen dag moeite met haar zullen krijgen.

Het lijkt mij heerlijk voor je, dat je alles nu zoo met Godert kunt bespreken. Dat is iets, dat ik hier nu wel mis. Weet je nog wel, hoe gezellig wij het 's avonds samen hadden, als wij naar bed gingen en nog eens over alles en nog wat redeneerden? Nu heb ik het wel heel druk en de juffrouwen zijn heel vriendelijk, maar jou mis ik toch wel, en als ik je zie * <lan denk ik: nu wil ze toch het liefst over Godert spreken. Maar het verveelt me niet, hoor. Als ik eenmaal een oude vrijster ben en jij bent een gelukkig moedertje in je huisgezin, zal ik mij gelukkig achten als je mij alles blijft vertellen en ik in alles met je zal mogen blijven meeleven. Heb je al eens met hem gesproken over ernstige dingen, en niet alleen over gordijnen en meubelen, en dat je zooveel van elkaar houdt ? Gaat hij nu Zondags ook naar de kerk ? Ik zal niet tegen je preeken, want ik weet wat voor een gezicht je dan

Sluiten