Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daardoor de andere kinderen wakker maakt, slaapt nu op mijn kamer. . .

fs Ochtènds, om zes uur, babbelt ze mij al wakker, het is zoo aardig, dan naar de gesprekken te luisteren, die ze houdt met haar pop, welke ze stijf in haar armpjes geklemd

heeft ...

Dokter van Hoogsteden vond het niet goed dat ik haar bi] mij genomen had. Hij beweert dat ik niet genoeg slaap, dat ik er bleek uitzie en vacantie moet hebben.

Ik heb me vanmiddag heusch eventjes boos tegen hem gemaakt en hem gezegd dat ik oud en wijs genoeg was, om te weten wat ik deed.

't Blijkt van niet," — zeide hij toen kortaf - „ik zal er eens met den notaris over spreken." „Als u dat toch doet," heb ik toen gezegd en ik lachte hem vierkant uit. Hij bleef knorrig kijken, ook toen ik hem later een kopje thee tot verzoening aanbood.

Toen hij wegging kwam hij er weer op terug - ik geloot dat hij een ontzettenden wil heeft. „Zult u nu eens een paar dagen rust nemen?"

Neen" antwoordde ik kortaf.

Ik geloof wel, dat ik een beetje overspannen ben, want later heb ik gehuild. De a.s. directrice van het kinderhuis Welgelegen" baadde zich in tranen als een heel klein meisje ! Maar het kon maar eventjes, ik moest dadelijk mijn gezicht in de waschkom stoppen, want het was tijd om de kleintjes te gaan voorlezen. |

Ik geloof heusch, dat Roortje wel eens aan de deuren luistert. Toen ik in de gang kwam, zeide ze brutaal: „Wat was die nijdig."

Ik vroeg op mijn hooghartigsten toon: „Wie? „Wel, de poes!" — zeide ze — „zij zat een vogel achterna;" en ze wreef zich, schaterend van 't lachen in de handen.

Sluiten