Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snel doorstappen en niet opkijken, opdat niemand haar herkennen zou. Niet dat ze zooveel menschen kende, maar je kon toch nooit weten, de juffrouw van den dominé, die was misschien de eenige die haar herkennen zou, maar die ging op zoo'n avond, als er net zoo'n bui was geweest, toch niet uit."

Ilse Steenbergen ging juist iemand naar den trein brengen, die een dagje over was geweest. Met regenmantel en parapluie gewapend, stapte ze op het perron heen en weer, druk pratend met haar bezoekster. Er scheen niemand anders te zijn, die met den trein mee moest. Juist keek Ilse in de wachtkamer, om den chef iets te vragen, toen ze het doornatte meisje zag aankomen. Bij het licht van de ganglamp herkende ze haar dadelijk. Wel zeker, 't was het meisje uit het herstellingsoord, met de mooie donkere oogen, dat zoo lastig kon wezen.

Het moedige Roortje werd bleek van schrik, toen ze de dominé's juffer op haar af zag komen; nu zou het wel in eens uit zijn ; het heele mooie plan was nu mislukt, maar 't kon haar ook niks meer schelen, als je zoo kletsnat was als zij, was de aardigheid er wel af om op reis te gaan. .

Stug en kort beantwoordde zij Ilse's vragen. Wat of ze ging doen, of ze alleen was, of de directrice het wist?

Haastig fluisterde Ilse hare gezellin wat in het oor, toen — alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, dat meisjes uit eene inrichting ontvluchtten en kletsnat in een stationslokaal stonden, terwijl het water bij stroomen uit de kleeren droop : „Arm kind ! Wat ben je toch nat! Ga maar gauw met me mee' naar huis, dan mag je vanavond in mijn kleeren rondloopen, en slaap je gezellig op de pastorie."

Alsof ze bevreesd was voor tegenstand, schoof ze haar arm door dien van het meisje en duwde haar met zachten drang voort.

Onderweg sprak ze over niets bijzonders, alleen maar over den regen en de nattigheid en Roortje dacht aan niets

Sluiten