Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ganglamp, met haar gezicht naar 't licht gekeerd, maar het licht viel ook op zijn gelaat en daar was alles op te lezen, ook ineens een verbaasde uitdrukking van iets begrijpen.

Onnatuurlijk zacht ging de deur toe, en Ilse bleef even als versteend in de gang staan, ze legde voor een paar seconden haar hoofd tegen den kouden muur. Een oogenblik kneep ze heel stijf beide handen toe, en toen ging ze weer naar binnen als de doodbedaarde Ilse van altijd.

„Hij heeft wel gelijk, 't is toch goed, dat er iemand heengaat die een beetje handelend kan optreden." zeide ze heel rustig.

Mevrouw Steenbergen vond dit ook, en met moeite rees ze overeind om eens naar het kind te gaan zien. „Ik moet er toch het mijne van hebben waarom ze in eens wegliep, en waar zoo'n meisje dan wel heen wilde, zoo laat in den avond."

Ds. Steenbergen keek een paar maal onrustig naar het mooie, blonde hoofd van zijn kind, dat over een boek gebogen was. Eenmaal ontmoette zijn blik den haren, toen stond Ilse haastig op en begon allerlei in de kamer op te. ruimen.

's Avonds, in haar stille kamer, lag ze lang na te denken met groote, open oogen, starende naar den zolder. Telkens zeide ze tot zich zelf: „God wil je dat geluk niet geven, nu moet je eenswillend zijn en onderworpen."

Eenswillend wat moeilijk woord; onderworpen dat

ging nog, er was toch niet aan te veranderen, ze las het in zijn oogen, ze hoorde het aan zijn stem. Die andere had hij lief, die andere was alles voor hem, en voor haar had hij geen andere gedachte dan van groote verbazing en verwondering. Dat kwam er van als men zich in 't hart liet lezen en dat nog wel zij de trotsche gesloten Ilse.

In de studeerkamer van haar vader was nog licht en 't was al lang na middernacht. Ze zag 't door de reten van de gesloten tusschendeur.

Sluiten