Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doener van den Ulckenstein. Zeker, deze was heel beleefd en ook onberispelijk gekleed, maar wat zat er nu bij ? Je kon toch het geheele leven niet als een paar kinderen doorbrengen met gesnap en gepraat en je verheugen in pretjes.... Zou Soeurette een dokter tot man willen hebben? Zou ze zijn leven willen deelen? Hij kon zijn idealen niet opgeven. Hij had zich gegeven in den dienst van den Koning, hij kon niet meer terug.

Hij was nu gekomen aan den zoom van het bosch, en vóór hem lag de vlakke heide uitgestrekt. Weer zette hij het fluitje aan den mond en weer snerpte het pijnlijk scherp door de lucht. Nog eens en nog eens, en dan luisterde hij, speurend rondziende.

Daar heel in de verte, in de heide, meende hij een lichtje te zien dat zich voortbewoog. Weer floot hij, met inspanning van alle krachten. Weer luisterde hij, met de hand aan het oor.

Hoorde hij daar iets, of verbeeldde hij het zich maar ?

Stond het lichtje nu niet stil, dat straks op en neer danste?

Dwars door de heide schreed hij nu met lange- passen. Soms kwam hij in een konijnenhol terecht, dan weer bonsde hij tegen een hoogte aan, die hij niet kon zien bij het onzekere licht van zijn lantaarn, maar onvermoeid schreed hij voort, steeds het lichtje in de verte in 't oog houdende. Als hij bang was dat 't verdwijnen zou zette hij het fluitje weer 'aan den mond.

Nu wist hij het zeker: er had iemand teruggefloten, zij was het 1 Hij had in vervoering beide zijn handen aan den mond gezet, en zijn krachtige mannenstem klonk over de heide „Gevonden 1 Gevonden ! "

Als zij vlak bij is ziet hij haar staan, haar witte gestalte even opdoemend uit de duisternis.

„Soeurette!" — roept hij heel brutaal — „ze is al lang gevonden."

Sluiten