Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik je zag. Herinner je je nog wel, dat we ons toen verkleed hadden ?" „Heel goed."

„En weet je nog hoe boos en verontwaardigd je keek?" „Ezel, die ik was!"

„En weet je nog, hoe stijf je was, als je „ma Michon" moest bezoeken, en je moest mij naderhand spreken?"

„Als den dag van gisteren, ik kon ook moeilijk anders."

„Je had toch wel een beetje liever kunnen zijn?"

Een korte poos belette hij haar het spreken. Toen zeide zij heel zacht:

„Weet je, waarvoor ik altijd zoo bang ben geweest ?"

„Neen."

„Dat je van Ilse hield."

„Ik houd ook van haar maar zooals men van een zusje

houdt. Jij was het, aan wie ik altijd dacht, de liefde voor jou is steeds in me gegroeid, ik heb God dagelijks gebeden of Hij je mij geven wilde. Ik kon nu niet langer wachten.""

„'t Behoefde ook niet — zeide Soeurette — je hebt me lang genoeg laten wachten. Vertel me nu, waar Roortje is."

Ze liepen weer voort over de heide, hij ondersteunde haar en behoedde haar voor vallen en belichtte telkens, wat voor hen lag.

„Wat zal je oom zeggen?" vroeg hij opeens. „Ik zal het hem morgen dadelijk gaan vragen."

„Onkeltje zal glimmen van blijdschap, let maar op wat ik je zeg, hij houdt heel veel van je."

„En ma Michon?"

„Die zal het niet begrijpen, ze zal het misschien niet eens vreemd vinden."

„En wat zegt mijn meisje, als ik haar vertel dat ik niet heel lang meer wachten kan? Als ik aan de toekomst denk, staat mijn hart bijna stil van vreugde."

„Maar ik kan toch mijn werk niet in eens in den steek

Sluiten