Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI.

Onkeltje voelt zich gelukkig.

1* ~|"ET was een prachtige zomermiddag. Onder den grooten I—I kastanjeboom zat de notaris in een gemakkelijken I rieten stoel. fj in Zijn gewone geliefkoosde houding zat hij, zooals 's winters bij het vuur, met de beide dikke handen gevouwen op zijn knieën en zijn ellebogen op de leuning van zijn stoel.

Hij keek naar de fladderende vlinders en luisterde naar het gonzen der bijen. Vlak bij hem was een kleurig bloemperk en telkens snoof hij met welbehagen den heerlijken geur op, dien de zachte koelte hem toewuifde. Juffrouw Rijnvelt, die na het trouwen der beide meisjes dikwijls op Gerkestein kwam logeeren, liep af en aan. Naast hem stond de theetafel, straks zouden ze theedrinken.

Door het geopende venster van het huis klonken de tonen van muziek, 't Was iemand, die zong, heel zacht en heel duidelijk:

II y a un age dans Ia vie ') Oü chaque rêve dolt finir. Un age oü rame assouvie A besoin de se souvenir.

') Vert.: Er Is een tfld in 't leven

Dat elke schoone droom ophoudt De leeftfld, waarop de verzadigde ziel Genoeg heeft aan zgne herinneringen.

Onkeltje

13

Sluiten