Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De notaris luisterde, het hoofd even voorover buigende. Zeker, hij was nu op een leeftijd dat.men leeft van de herinnering. Veel goeds had hij zich te herinneren, 't Waren goede, mooie jaren geweest, en de laatste waren nog de beste.

Zijn beide meisjes getrouwd — en zoo gelukkig getrouwd! 't Was een genot om te zien, je werd zelf weer jong als je er naar keek.

Soeurette, een jong moedertje, mooier dan ooit, en de jongen was zijn petekind, die kleine dikke stevige knaap. Als ze hem het bundeltje voorzichtig op de knieën legde, brak het zweet hem • uit. Hij keek er liever naar als het in de wieg lag.

Straks zou hij er wel weer even heengaan, want als nu, over was moest hij er van profiteeren. En Anne Marie, die woonde op haar mooie kasteeltje en alles had ze, wat haar hartje begeerde. Zij had geen kind, maar dat kon nog wel komen. Ze had hem juist een briefje geschreven, of hij vanmiddag kwam eten, omdat haar man uit was en dan voelde zij zich zoo alleen.

Toen juffrouw Rijnvelt de thee gezet had, kwam de arme zieke naar buiten. Haar jeugdige gestalte had ze nog behouden, ook haar frissche gelaatstint, alleen het haar was sneeuwwit geworden. Het was aandoenlijk te zien hoe zij aan juffrouw Rijnvelt gehecht was. Als een kind ging zij naast haar zitten, met een tevreden blik in de oogen. Alleen als de notaris sprak, blikte zij even onrustig zijn kant uit en keek hem vragend aan, maar dan gaf het arme benevelde brein het ook weer op, en staarde zij onafgebroken in de verte.

Als Soeurette met haar kindje kwam, was het haar een groot genoegen het even op haar schoot te mogen houden, en het zacht met haar knieën op en neer te wiegen. Allerlei ver-

Sluiten