Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de Godheid zonk, begeerig naar leven, Langs den nieuwen cirkel af; Doch bij het einde van het water, Lag daar, voor haar, duist're stof.

Lager zonk Zij en Haar oogen Sloten zich voor het geesteslicht. Haar gevoel geheel versteende, Haar adem tot een ijstocht werd.

De Svabhava was geboren

Stof omknelde vast haar leên. Hechter sloten steeds de banden Haar, benauwend, om 't lijf.

Verblind als zij was, aanzag zij het beeld van Het water, als Godheid zelve. En bouwde zich, in haar hoogste punt, Haar eigen „Hoogste machten".

Vreemde handeling, voorwaar, daar Waar een Godheid zelve, zich Onder d' eigen Godheid stelt en Zoo gewerd der menschen schepper.

Krachteloos wapen in de handen Van de groote Oer-Godheid, Was ze nu de blinde spiegel Van der menschen wezenheid.

Nog kwam, van boven af, een lichtstraal, Als een lichtende gezant Van den eersten cirkel, naar de Diepste diepten afgedaald.

Sluiten