Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTEEKENINGEN

Blz. 7, strophe 1. Is de mensch niet altijd geneigd, de dingen, welke meer of minder onverklaarbaar voor hem zijn, voor verre van hem gelegen te beschouwen? Voelende den band, die er moet bestaan, tusschen hem en „iets Onuitspreekbaars" en welke band hem ook verbindt met het geheele overige menschdom, wil hij deze vinden, door in anderen, buiten zich, te zoeken 1

Het Spoor der Wenteling is de Natuur, als uitkomst van het Punt van den Eeuwigheids-Cirkel, waarop zij zich bevindt. In het laagste punt ligt dan de, ons omringende, Stoffelijkheid.

En zie! Nauwelijks heeft de mensch — het geïndividualiseerde zelf —« rustig den blik in zijn eigen ziel geworpen, of langzaam, maar duidelijk, ontvouwt zich daar het eens zoo raadselachtige vraagstuk van bestaan, herkomst, doel, en bovenal van het „Onuitsprekelijke" zelf.

Blz. 7, strophe 3. In oorsprong is er niets dan geest en in dien geest de Geest-zelf. Het is de groote Oer-denker, waar alle latere denken slechts een afspiegeling van is. En zoo vliegt Hij, onzichtbaar, onhoorbaar, onvoelbaar, op zijn arendsvlerken (de arend is het symbool voor „Denkkracht") door de ruimte, die slechts door hemzelf gevuld wordt.

Bk. 3, strophe 4. Het oog van Brahma jfj de punt. Door het concentreeren van den Oer-denker, vormt zich de eerste openbaringsvorm: de punt. De lichtstraal — de lijn. Nadat de punt geschapen is, ontwikkelt deze zich tot een rij van punten, een lijn. Lichtend, door de haar bezielende Godheid.

Blz. 7, strophe 5. Een lijn met begin noch einde verbond de uiterste punten met elkaar. Het was de cirkel, wiens middelpunt overal en omtrek Nergens, in de Ledigheid opgaande is.

Blz. 8, strophe 1. En toch! als wij, met ons begrensd gezicht, een blik konden werpen op dat Begin, zouden wij niets van dit alles bevatten! Want voor ons stond daar slechts een halve cirkel. De onderste helft was er niet. Want alle ding wordt bepaald door een grens, dus elk ding wordt omgrensd, omcirkeld, door wat het niet is en de dingen die wij waarnemen zijn slechts „deelen," halve cirkels. De begoocheling ligt hierin, dat wij de „deelen" voor Waar houden. Maar bedenkt dan wel: Er was slechts Geest. Doch een begin- en eindlooze Geest.

Blz. 8, strophe 2. En de Geest stond te midden van den cirkel en de Ujn. En zoo ontstond een derde lijn: de Meridiaan. En als deze dan, vanuit de lijn, den cirkel bereikte, ontstond daar een tweede cyclus 1

Sluiten