Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar zwijgen, waarmede tevens de reden vervalt om, zooals Hegel nog doet, over de stipulatio te spreken, daar deze slechts één der vormen is, waardoor (in het Romeinsche recht) een pactum tot contractus kan worden

In al de gevallen, waarin Hegel dus nog van de stipulatio gewaagt, kunnen wij (tenzij het over de stipulatio qls teeken zou gaan) spreken van de (obligatoire) overeenkomst zelve.

Sub II hebben we gezegd, dat de juristen onder de obligatoire overeenkomst een rechts feit, en dit als een momenteele handeling verstaan; dan is dus de overeenkomst: het aangaan of sluiten van de overeenkomst, d. i. het ovexeenkómen omtrent de (toekomstige) uitvoering van eene (door beide partijen gewilde) handeling. Men zegt: is de overeenkomst gesloten, dan heeft zij de verbintenis tot „gevolg"; zij „schept" eene verbintenis. Dit wil niets anders zeggen, dan dat de „gesloten" overeenkomst (en ik kan „gesloten" wel weglaten, want zoodra wij overeenkomen, zijn we overeengekomen) — dus: dat de overeenfofws* vanzelf en meteen verbindend, dat zij „verbintenis" is. Overeenkomst en verbintenis verhouden zich dus als het scheppende tot het geschapene, het werkende of werkzame tothet verwerkelijkte, kortom als het wordende tot het gewordene, waarbij we (uit de logica) weten, dat wat wordt, meteen reeds is, en wat verder in deze begrippen ligt. In den tijd, die verloopt tusschen het sluiten der overeenkomst en de levering, die de opheffing van de overeenkomst is, geldt die overeenkomst onder den naam verbintenis. Als dus Hegel de „overeenkomst" bespreekt, is het slechts schijn, dat hij over de verbmtems met handelt. Veel van hetgeen hij over de overeenkomst zegt, geldt voor de verbintenis. Hetgeen echter op zijne verhandeling aangemerkt kan worden is, dat hij naast het moment der overeenkomst, dat der verbintenis niet uitdrukkeüjk onderscheidt en doordenkt, om beide momenten daarna in hunne verhouding samen te denken Dit te zamen gedachte valt bij hem ononderscheiden samen onder den naam „Vertrag", in welken term, zooals gezegd, ook het moment der levering opgenomen is, die hij onderscheidt van de overeenkomst. Het „midden" tusschen overeenkomst en levering blijft dus in het duister.

i) De stipulatio is voorbeeld van een „teeken" om de overeenkomst Dasein" (§ 78) te geven: „Die Uebereinkunft. die sich in einem Zeichen manifestiert" (§ 78 Zus.); voor het begrip „teeken" van beteekems (Ene. § 458) kan ik haar hier laten rusten.

Sluiten