Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de sfeer van het Recht is de relatie der ikken tévens betrokken op (uitwendige) zaken; als deze beide betrekkingen inhoudend, heet het Ik of Subject als zich verwerkelijkende vrije wil: Rechtssubject of Persoon. In de zelfverwerkehjking van den Persoon in of als zijne personen, hebben wij het onze, dat voor ieder van ons, dus voor mij als enkel ik, het mijne is, dat geldt tegenover de andere personen, terwijl ik gelden laat wat de andere ikken, d. i. wat zij hebben als het hunne, of in verenkeling gedacht, wat hij heeft als het zijne.

Komt een persoon in bepaalde relatie tot een anderen persoon te staan, dan wordt de verhouding van ik en gij tot de rechtsbetrekking van het mijn en het dijn. De in bijzondere relatie tot elkaar getreden personen (b.v. de twee „partijen" bij een overeenkomst) gewagen dan wederom van het onze, dat nu ak de eenheid in de relatie van het mijn en dijn de algemeene wil of Persoon is als verbijzonderd tot gemeenschappelijken wil of persoon.

Als rechtssubject of persoon geldt het ik dan ook alleen in zooverre het besef heeft of behoort te hebben van mijn en dijn. Als men in het dagelijksch leven van iemand zegt, dat hij geen onderscheid maakt tusschen het mijn en dijn, dan bedoelt men, dat hij niet van eens anders zaken afblijft, dat bij steelt enz., kortom, dat hij het dijne niet erkent. Het niet erkennen van het dijne is echter meteen niet weten van het mijne. „Mijn" of „dijn" hebben alleen zin als mijn „én" dijn, d. w. z. ze reflecteeren elkaar. Het mijne afgrenzend, laat ik de rest der uitwendige zaken aan de overige personen als de hunne: ik laat ieder het zijne, en, mij tot U wendend, aan U het dijne. Het mijn en dijn in zijn algemeenheid genomen is hèt onze, waarin ieder den ander het zijne laat, of geeft.

Zoo is het mijn en dijn zelfonderscheiding van den Persoon in den eigendom der personen.

Als eigenaar heb ik het mijne als dubbele negatie van negatie. Vooreerst als negatie van negatie in mijne verhouding tot de zaak. De zaak is niet-ik; deze (door mij gestelde) negatie van mij negeer ik door de zaak tot de mijne te maken, waardoor zij niet niet-ik meer is. Hierin ligt tevens de andere negatie van negatie opgesloten. Immers de zaak stellend als de mijne, ontken ik, dat anderen recht op de zaak hebben, als de mijne is zij niet de dijne. De andere personen in mijne relatie tot de zaak negeerende, ben ik al reeds bezitter van de zaak, maar eerst eigenaar, als ik mijne negatie van

Sluiten