Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de anderen meteen negeer, door van hen erkenning te eischen van mijne negatie van hen. Met mijn wilsuiting t. a. v. de zaak, wil ik tevens anderer wil t. a. v. de zaak mYsluiten, en sluit mijn wil hun niet-de-zaak-te-willen-hebben in. Indien zij nu de zaak werkelijk niet (mogen) willen hebben en daarbij insluiten den wil, dat uitsluitend ik de zaak „mag" willen, dan is in deze zich verkeerende negaties der personen jegens elkander werkelijk eigendom erkend, dan is mijn bezit als waar recht eigendom. De algemeene Persoon, die het recht is, verwerkelijkt zich dan in deze verhoudingen der bijzondere- personen, en omgekeerd.

De relatie van het mijn en dijn als zelfonderscheiding van den Eigendom in het algemeen in de veelheid der eigendomsverhoudingen der enkele personen, is het in evenwicht verkeeren van de wederkeerige erkenning van wat als ieders „zijne" tevens ieders wederkeerige owtfkenning is. Eigenaar is men tegenover iedereen, dus tegenover niemand in het bijzonder. De algemeene wil, de algemeene Persoon of het Recht, en de bijzondere willen der personen zijn identiek. In dit evenwicht is het betrokken zijn van persoon tot persoon latent; het mijne is niet actief betrokken op het hunne. Ik heb het mijne, en laat verder ieder het zijne, en zoo laten we elkaar wederkeerig het onze.

Deze latente evenwichtstoestand wordt verstoord en vertoont eigen activiteit telkens als een ik t. a. v. een en dezelfde zaak tegenover een gij in relatie treedt. In de verhouding van ik en gij t. a. v. onze zaken, staat tegenover het mijne niet meer het onverschillige zijne (en omgekeerd), maar wordt het mijne en het zijne wederkeerig gekwalificeerd tot het dijne, dat b.v. door diefstal als zoodanig niet erkend wordt, of waarover ik en gij b.v. eene overeenkomst kunnen sluiten. Dit laatste kunnen ik en gij niet doen zoo, dat deze overeenkomst ook zou gelden t. a. v. een zaak van een derde; gij en ik kunnen niet geldig contracteeren over het zijne, tenzij dit zijne tot een dijne gekwalificeerd wordt, hetzij als toekomstig dijn, hetzij doordat die derde mede-contractant wordt.

Anders gezegd: in de sfeer van den eigendom (het z.g. „zakenrecht") ligt het accent op de relatie van den algemeenen wil tot mijn bijzonderen wil, en blijven de andere personen betrekkelijk onverschillige zij's, en hunne zaken voor mij onverschillig de hunne: we laten ieder het zijne. Maar in de sfeer van de overeenkomst (het z.g. „verbintenissenrecht") ligt het accent op de relatie van mijn bijzonderen wil tot Uw bijzonderen wil; dan is één der zij's.

Sluiten