Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets gemeen heeft met wilsovereenstemming" welk betoog hij meermalen heeft gehandhaafd. Zoo schrijft hij in 1912 het volgende *):

„De definitie van D.2.14.1 § 1 luidt: est pactio duorum pluriumve in idem placitum consensus, maar cit. § 3 voegt er aan toe, dat bedoeld is een consensus ex diversis animi motibus 2) (een wilsovereenstemming3) geboren uit verscheidenheid van willen), m. a. w. de overeenkomst is de wilsovereenstemming van twee of meer personen, die ieder iets anders willen. Men zegge: dit is onzin, maar erkenne dan tevens: het is waarheid *). Men analyseere slechts den vermoedehjken wil der partijen bij een koopcontract. Wat wil de verkooper? Den prijs bemachtigen: daarvoor is hij bereid de zaak te laten schieten. Wat wil de kooper? De zaak verwerven: daarvoor is hij bereid den prijs te offeren. Willen zij hetzelfde ? In geenen deele ... Maar indien de overeenkomst werkelijk is de wilsovereenstemming van twee personen, die ieder iets anders willen, dan is zij in aard en wezen het onding, het „juridische niets", waarvoor zij door Schlossmann wordt uitgemaakt, dan kan men honderdmaal laten drukken „toute convention suppose la réunion des volontés de ceux qui y interviennent", maar niet verwachten, dat ooit eenig rechtsfeit zal plaats hebben, 't welk aan die definitie beantwoordt. Zelfstandige willen vereenigen zich nu eenmaal niet, hoe gaarne men het ook zien zoude". Naber zegt, dat „ook wilsverklaringen ons nu eenmaal niet het genoegen (doen) zich met elkaar te vereenigen, hoe vriendelijk men ook elk harer moge uitnoodigen, de andere „te grijpen en vast te houden"". En, voegt hij er in een noot aan toe: „Niet te onpas wordt ons hieromtrent door den grooten philosoof Kant geleeraard: „die transzendentale Deduktion des Begriffs der Erwerbung durch Vertrag kan allein alle diese Schwierigkeiten heben" (Metaph. Anf. gr. der Rechtslehre (1792) § 19). Deed zij het nu maar!" Tot zoover Naber.

De moeilijkheid ligt voor het eenzijdige verstand in het één zijn van de twee het tegengestelde bedoelende willen der partijen;

l) W. v. h. N., April/Mei, 1912, Overeenkomsten met zich zelf, blz. 23 vlg. *) „in unum" laat Naber weg!

*) Moet in verband met noot 2 hierboven („in unum") zijn: wilsvereeniging, of wilseenheid; beter: gemeenschappelijke wil.

*) Met „onzin" bedoelt Naber: tegen het verstand; en met „waarheid": men erkenne dat de overeenkomst dit onzinnige is.

Sluiten