Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die weer een feitelijk gebeuren en momenteel is, namelijk wederom bezitsverschaffing, om durend, rustig eigendom te verwerkelijken.

VI.

De Verbintenis.

We hebben er sub III op gewezen, dat Hegel de „verbmtenis" niet doordacht heeft, zoodat het onze taak is, daartoe eene poging te doen.

Door het zich met het sluiten der overeenkomst aan elkander verbinden der partijen is meteen de verbintenis ontstaan. De overeenkomst was de gemeenschappelijke vnlsverklaring om de zaak in eigendom van de eene partij op de andere te doen overgaan, om te leveren. De obligatoire overeenkomst is dus een doelstellend feit, waarvan de doelverwerkelijking geschiedt door de levering, want deze verwerkelijkt ten slotte wat van den beginne bedoeld is, n.1. het eigenaar (geworden) zijn van de verkrijgende partij, tegelijk met het eigendom kwijt zijn van de andere partij.

Tusschen de êoel-vaststelling (het overeenkomen) en de doelverwerkelijking (de levering) ligt (in den tijd, cf. sub III) het vastgesteld-zijn van het doel, welk „vaststaan" het weten der partijen is van haar onderling verbonden-zijn: de verbintenis. De overeenkomst was de gemeenschappelijke wilsverklaring, de verbintenis is de zich wetende gemeenschappelijke wil.

De verbintenis, als dit gemeenschappelijke willen en weten, is nu het tot den vervaldag afwachten van hetgeen op den vervaldag door ieder der partijen met haar individucelen wil, als nakoming en uiting van den gemeenschappelijken wil (cf. sub VII), behoort gedaan te worden. Wat behóórt te geschieden, is nog niet geschied; dus vóór de levering, d. i. tijdens de verbintenis, is de feitelijke verhouding der partijen nog niet in overeenstemming met haren wezenlijken gemeenschappelijken wil om te vervreemden. Deze gemeenschappelijke wil, zooals hij zich openbaarde in en als de wilsverklaringen bij het sluiten der overeenkomst, is in de verbintenis als den nu bestendig geldenden gemeenschappelijken wil opgegaan en schuil gegaan. De verbintenis is de idealiteit van de reëele wilsverklaringen, en als zoodanig niet „waar te nemen" *),

*) Al kan zij door „waarneming" van eene „akte" (zie sub II) „bewezen" worden.

Sluiten