Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch „slechts" te denken, en zij wordt door de partijen dan ook „gekend" in den zin van geweten.

Dit „weten" is in zich zelf gebroken, in zich zelf verdeeld, d. i. met zich zelf in strijd, tegenstrijdig; want na het sluiten van de overeenkomst, dus tijdens de verbintenis, is de vervreemder al reeds niet meer eigenaar, daar hij zijn eigendom verklaard heeft aan een ander te geven en toch is hij nog steeds eigenaar en bezitter van de zaak, terwijl voor den verkrijger de zaak al reeds zijn eigendom geworden is, maar daar hij de zaak nog niet bezit,

— en om werkelijk eigenaar te worden, moet men beginnen te bezitten, — is de verkrijger dus nog niet eigenaar.

De rechtswetenschap, inzooverre zij als constructie van het eenzijdige, nog niet tot de vrijheid van het tot rede gekomen verstand,

— dat tot rede gekomen, zal laten gelden wat zich doet gelden, — de tegenstrijdigheid niet kan laten gelden, tracht deze tegenstrijdigheid weg te werken, door te onderscheiden: „eigenaar of nieteigenaar zijn" tegenover „een vorderingsrecht of een schuld hebben". Zij zegt: de debiteur van de zaak is (nog) eigenaar van de zaak, en de crediteur is (nog) niet eigenaar van de zaak, maar de debiteur is de zaak schuldig en de crediteur heeft de zaak te vorderen, hij heeft een vorderingsrecht; eigendom, schuld en vorderingsrecht mogen niet verward worden. Echter, de rechtswetenschap geeft zelf toe, dat eigendom en vorderingsrechten (en deze negatief als schulden) dit gemeen hebben, dat ze behooren tot het „vermogen", dat ze „vermogensbestanddeelen" zijn. Met inachtneming van de volgens de rechtswetenschap te maken onderscheiding tusschen eigendom en schuld (of vorderingsrecht), moeten we thans de vraag dus als volgt formuleeren: Behoort de verschuldigde zaak, waarvan ik eigenaar ben, nu tot mijn vermogen of niet? Ja en neen: in hare kwalificatie als eigendom behoort de te leveren zaak tot het vermogen van den debiteur, want wat mijn eigendom is tel ik bij mijn vermogen op, maar in hare kwalificatie als schuld behoort de te leveren zaak niet tot zijn vermogen, want mijn schulden trek ik van mijn vermogen af (zooals ik mijne vorderingen erbij optel). Dus: wat (d. i. de zaak welke) ik schuldig ben en mij als zoodanig niet meer toebehoort, behoort mij als eigendom nog toe (en evenzoo: wat ik te vorderen heb, behoort mij als zoodanig reeds, maar als eigendom nog niet toe). De tegenstrijdigheid blijft, omdat eigendom altijd eigendom van iets is, en een schuld altijd iets schuldig zijn is (en een vorderingsrecht altijd eene vor-

Sluiten