Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eischer ligt de schuld van den schuldenaar; vorderingsrecht en schuld (recht en pücht) staan tot elkaar in betrekking, de eene is negatief hetzelfde als de andere: zij „spiegelen" elkaar. De eene is niet denkbaar zonder de ander, zoodat elk van beide als „moment" de geheele rechtsbetrekking is, die verbintenis heet. Deze is de eenheid van de-eenheid-en-het-onderscheid van vorderingsrecht en schuld.

Nemen we als voorbeeld de koopverbintenis: A verkoopt zijn zaak aan B voor den prijs van x gulden, te leveren en te betalen over een maand. De verbintenis houdt nu dus in, dat op den vervaldag: a) A aan B de zaak zal leveren, /}) B aan A den prijs zal betalen.

ad a). Wat de zaak betreft geldt nu: i°) A heeft de schuld om de zaak op den vervaldag te leveren (hij is debiteur van de zaak) en hij heeft tevens het recht van B te eischen, dat deze op dien dag de zaak zal aannemen (in zoo verre hij dit mag eischen is hij crediteur te noemen, wat echter ongebruikelijk is); 2°) B heeft recht om de zaak op den vervaldag te ontvangen, te eischen van A (hij is crediteur van de zaak) en hij heeft tevens de plicht (de schuld) de zaak van A aan te nemen (in zooverre zou hij debiteur te noemen zijn, want evenzeer ongebruikelijk is). Sub i° en 2°. zijn omgekeerd hetzelfde; debiteur en crediteur van de zaak zijn tevens respectievelijk crediteur en debiteur.

ad /S) Wat den prijs betreft, geldt het sub a gezegde, indien we A en B slechts van plaats verwisselen.

Waar in ons voorbeeld A en B, wat de zaak en den prijs betreft, recht hebben op gelijk oversteken, geldt het onder a gezegde alleen onder beding, dat tevens het onder /} gezegde geschiedt et versa vice. We zien dus, dat recht en schuld niet alleen zich spiegelen verdeeld over schuldeischer en schuldenaar, maar ook in elk van hen afzonderlijk. Ieders recht is tevens plicht en omgekeerd; ieders mogen is moeten en ieders moeten is mogen. Niet alleen heeft de schuldenaar eerst werkelijk „schuld" als hij in gebreke blijft, maar ook de schuldeischer kan „schuldig", n.1. in gebreke zijn te ontvangen. Het bewustzijn, dat de schuldeischer zelf ten aanzien van de door hem te vorderen praestatie ook schuldenaar is, komt niet te voorschijn in de Romeinschrechtelijke doctrine, maar het uit zich wel in het Germaansche recht, dat tegenover den „uitschuld" van den debiteur de „inschuld" van den schuldeischer stelt. Het besef, dat de schuldeischer ook een schuld heeft, blijkt

Sluiten