Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerst in het jaar 1875 gelukte'het aan Oscar Hertwig1) de eerste verschijnselen nauwkeurig te bestudeeren bij de eieren van den gewonen zeeëgel (Echinoderma). Deze eieren zijn volkomen doorschijnend, zoodat men zelfs de kleinste veranderingen met het mikroskoop nauwkeurig kan waarnemen. Bovendien kan de bevruchting zonder eenige moeite kunstmatig onder het mikroskoop geschieden. Het was dus mogelijk het gehee}e ontwikkelingsproces van den eersten aanvang af stelselmatig in al zijn verschillende stadiën nauwkeurig te vervolgen.

Bij de bevruchting vereenigen zaadcel en eicel zich zoo volkomen met elkander, dat zij beide in één cel opgaan. Deze vereeniging geschiedt niet doordat beide cellen zich eenvoudig bij elkander voegen, want er grijpen tevoren zeer bijzondere veranderingen plaats. In de kern van elke cel kan men namelijk naast het vloeibare gedeelte nog een vast gedeelte onderscheiden, dat als een kluwen is opgerold; dit gedeelte neemt gemakkelijk kleurstoffen op en draagt daarom den naam van chromatine.

Hertwig heeft nu waargenomen, dat slechts één enkele zaadcel de eicel binnendringt en dat de kernen van deze beide cellen zich tot een enkelvoudigen kiemkern vereenigen, die dus de chromatine bevat van de zaadcel zoowel als van de eicel. Bij de kerndeeling komen dan in de kern zeer merkwaardige veranderingen der chromatine tot stand, waardoor bij de eerste deeling in het bevruchte ei aan elke helft van de dochterkern evenveel chromatine van de zaadkern als van de eikern wordt toegedeeld.

Uit deze waarnemingen volgt, dat zaadcel en eicel een volkomen gelijkwaardig aandeel nemen bij de vorming van den eersten aanleg van het nieuwe individu. Beide dragen evenveel bij tot het ontstaan van zijne eigenschappen, die dus voor een deel van den vader en voor een ander deel van de moeder afkomstig zijn. Het is dus niet te verwonderen, dat er een zekere gelijkenis ten deele met den vader, ten deele met de moeder ontstaat. Het zijn vooral latere onderzoekingen van de eieren van den paardenspoelworm, die nog nadere bijzonderheden omtrent de kerndeeling hebben aan het licht gebracht.

') Oscar Hertwig. Ergebnisse und Probleme der Zeugunasund Vererbungslehre. Jena 1905. bladz, 7.

Sluiten