Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kingen op hun voeten toepassen als jaren geleden. En het is bekend, dat jonge rashonden met een gewonen staart blijven ter wereld komen, ook al was reeds in verschillende geslachten de staart afgesneden.

Bijzonder beroemd zijn in dit opzicht de proeven van Brown-Séquard, een Fransch physiololoog, die bij guineesche biggetjes de hersenen, het verlengde merg en het ruggemerg verwondde en aldus verschijnselen van epilepsie deed ontstaan. Deze diertjes liet hij daarna paren en vond toen, dat enkele van hun jongen ook leden aan epilepsie. Later bleek echter, dat andere onderzoekers niet dezelfde resultaten verkregen; in elk geval vertoonden slechts een deel van de jongen deze verschijnselen, zoodat daaruit nog niet met zekerheid gebleken is, dat de verkregen epilepsie was overgeërfd.

Weismann meent, dat in het organisme een zeer wezenlijk onderscheid gemaakt moet worden tusschen lichaamscellen en kiemcellen. Bijna alle organen van het lichaam dienen tot instandhouding van het individu en werken tot dit doel voortdurend samen. De kiemcellen, die zich in de geslachtsorganen bevinden, schijnen hierop echter een uitzondering te maken, want zij dienen in het bijzonder voor de instandhouding van de soort en zijn in zekeren zin onafhankelijk van de lichaamscellen, ontwikkelen zich geheel zelfstandig en hebben geen andere functie dan later een nieuwe kiem te vormen. Bij den man is dus de testikel, bij de vrouw het ovarium de zetel van het kiemplasma. Weismann stelt zich voor, dat lichaams- en kiemcellen als volkomen onafhankelijk van elkander mogen worden beschouwd, zoodat de kiemcellen geenerlei invloed van de lichaamscellen meer ondervinden, en indien dit het geval is dan kunnen ook verkregen eigenschappen geen bepaalde rol meer spelen.

Het wegnemen van de kiemcellen bij de castratie oefent echter wel degelijk invloed uit op de lichaamscellen en heeft ernstige, zoowel lichamelijke als geestelijke veranderingen ten gevolge. Ook is het gebleken, dat de geslachtsklieren en dus ook de kiemcellen zekere interne secretie hebben en het zou wel wonderlijk zijn, indien de kiemcellen eenerzijds wel invloed uitoefenden op de lichaamscellen, maar het omgekeerde niet het geval zou zijn. En bovendien hebben de kiemcellen ook voeding noodig en dit kunnen zij langs geen anderen weg krijgen dan door de lichaamscellen; zij moeten

Sluiten