Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kreeg, hoe hij zijne proeven ook inrichtte, zoodat het den schijn had alsof de groene kleur voor goed verdwenen was. Toch was dit niet het geval, want toen hij deze gele erwten uitzaaide, kwam de groene kleur weer voor den dag. En nog merkwaardiger was het, dat hun aantal in constante verhouding stond tot de gele, want gemiddeld waren er< steeds 25 groene tegen 75 gele, zoodat de gele kleur als overheerschend beschouwd moest worden.

Maar hiermede waren de onderzoekingen nog niet afgeloopen, want nu was het de vraag wat er zou gebeuren als deze erwten opnieuw werden uitgezaaid. Zou de kleur dan stand houden of zou er b.v. uit de gele weer een nieuwe splitsing tot stand komen? Het laatste bleek werkelijk het geval te zijn, want terwijl de groene opnieuw alleen groene erwten voortbrachten, bleek de verhouding bij de gele anders. Slechts een derde gedeelte bracht altijd weer gele erwten voort, maar de overige twee derde vertoonden op hunne beurt splitsing en ook weer in dezelfde verhouding als boven, namelijk 25 groene tegen 75 gele. Deze proeven hebben Mendel aanleiding gegeven tot een zeer ingenieuze opvatting, waardoor het hem mogelijk is geweest de erfelijkheid ook door bepaalde, getallen uit te drukken.

Men moet onderscheid maken tusschen planten die altijd hetzelfde kenmerk blijven vertoonen, hoe dikwijls zij ook worden uitgezaaid en andere, die bij de voortplanting veranderen. Wanneer men gele en groene erwten ieder afzonderlijk zaait, dan houden zij hunne kleur en Mendel noemt hen daarom soortzuiver, omdat zij niet veranderen. Bij de kruising kwam echter reeds in de eerste generatie verandering, want de gele erwten veranderden van kleur, als zij op hun beurt weer uitgezaaid werden. Daarom was deze gele kleur niet soortzuiver maar bastaard, de kleur was immers niet standvastig. Bij de tweede uitzaaiing kwam een nieuwe splitsing en bleek 1/i van de erwten geel en soortzuiver, een ander vierde groen en soortzuiver, terwijl de overige twee vierde bastaard was. Men kreeg immers de volgende verhoudingen:

gele erwten -}- groene erwten

(zuiver) (suiver)

le generatie 100 % Qele erwten

(bastaard)

5. en P. I, 10 *

Sluiten