Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2e generatie 25 % gele 25 °'0 gele 25 °'0 gele 25 °/0 groene

(zuiver) (bastaard) (bastaard) (zuiver)

(samen 75% gele)

Hef blijkt dus dat de kenmerken niet dezelfde waarde hebben en het eene als het ware sterker is dan het andere. De gele kleur wint het b.v. van de groene en weet deze in de eerste generatie geheel te verdringen; in de tweede komt deze echter, al is het maar ten deele weer te voorschijn. Mendel maakte daarom onderscheid tusschen domineerende en recessieve kenmerken. Domineerend noemde hij een kenmerk, wanneer het in de eerste generatie de overwinning behaalde, zoodat bij de erwten de gele kleur een domineerend kenmerk is. Het andere kenmerk, dat schijnbaar de vlucht moest nemen en zich daarom schuil hield noemde hij recessief en de groene kleur was daarom een recessief kenmerk.

Bij de regels van Mendel maakt men dikwijls gebruik van formules, om zich van deze verhoudingen een bepaalde voorstelling te maken. Men neemt dan aan, dat elk kenmerk steeds dubbel vertegenwoordigd is, evenals ook in de kiemcellen de chromatine zich halveert, wanneer zij tot deeling overgaan. De domineerende eigenschap wordt dan door een hoofdletter, de recessieve door een kleine letter voorgesteld.

Men heeft dus de kruising van de gele met de groene erwten

AA X aa

(geel) (groen)

en daarbij kan men in de eerste generatie geen enkele combinaties krijgen dan

Aa, Aa Aa Aa

(geel) (geel) (geel) (geel)

dus alle erwten zijn bastaarden en blijven geel, want A is domineerend.

Maar in de tweede generatie zijn geheel andere combinaties mogelijk, want dan krijgt men Aa X Aa

(bastaard) (bastaard)

en dus AA Aa aA aa

(geel) (geel) (geel) (groen) (zuiver) (bast.) (bast.) (zuiver)

Men heeft de kenmerken ook wel eens met bouwsteenen

Sluiten