Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is zijn heilige plicht dit bij het sluiten van een huwelijk in de eerste plaats in het oog te houden, anders zal het weldra gedaan zijn met den vooruitgang van het menschelijk geslacht.l)

De eugenese vindt het bij een huwelijk niet in de eerste plaats de vraag of de echtgenooten gelukkig met elkander zullen zijn, maar of zij gezonde kinderen zullen voortbrengen, die op hunne beurt ook weer gezonde kinderen afleveren. Individuen, die zeer nadeelige eigenschappen hebben, welke door de kinderen worden geërfd, moeten dus niet vrij zijn een huwelijk te sluiten. 'Men moet bij het aangaan van een huwelijk zich niet door zijn gevoel, maar door zijn verstand laten leiden, en reeds bij de eerste kennismaking zich zelf de vraag voorleggen of het waarschijnlijk is, dat men bij een eventueel huwelijk volwaardige kinderen kan verwachten. Het gaat immers niet aan, om op Spartaansche wijze kinderen die ongeschikt mochten blijken, terstond na of misschien reeds vóór de geboorte af te maken. Daarom stelt de eugenese zich voor liever het kwaad te voorkomen en wil zij vooraf de vraag beantwoord zien of een huwelijk ook tot een nakomelingschap zal leiden, die lichamelijk en geestelijk als gezond kan beschouwd worden, zoodat de maatschappij niet wordt bezwaard met allerlei minderwaardige elementen, die ten koste van groote schatten in het leven moeten gehouden worden.

Het is te begrijpen, dat van zulk een standpunt het huwelijk een geheel nieuw karakter krijgt, dat weinig rekening houdt met onze hedendaagsche moraal. Het wordt eigenlijk niet veel meer dan een experiment in de kunst van telen en of het experiment gelukt is, kan alleen blijken, wanneer de kinderen aan bepaalde eischen voldoen. Het is nu maar de vraag, welke regels bij het experiment in acht genomen moeten worden en wat er moet gebeuren als het experiment niet gelukt. Er moet toch ook een vaste maatstaf zijn om te kunnen beoordeelen of de proef als geslaagd kan worden beschouwd en of zij dus verder kan worden voortgezet. Eigenlijk zou men bij den mensch met even groote zekerheid en nauwkeurigheid als bij planten te voren moeten kunnen bepalen, welke kenmerken in een bepaald geval de

') C. B. Davenport. Heredity inrelation toeugenies. London 1912. bladz. 7. Karl Pearson. The groundwork of eugenies. London 1909.

Sluiten