Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daardoor hunne liefde veel zekerder dan de onze voor groote vergissingen zal gevrijwaard zijn. En hij stelt zich voor, dat eenmaal de wetten der psychische erfelijkheid exact worden vastgesteld en in gelijke mate vastgelegd in het denken van ieder beschaafd mensch als thans b.v. de wet der zwaartekracht. Gelooft gij inderdaad, aldus vraagt hij, dat deze stand van zaken zonder merkbaren invloed zal blijven op de huwelijkskeus? Vele geslachten zullen nog moeten voorbijgaan eer onze kortzichtige oogen de nadering van dezen heilstaat bespeuren, maar dat doet er niet toe, de menschheid heeft tijd genoeg.

Het komt ons voor, dat de toekomstige eeuw der psychologie hier geteekend wordt op een wijze, die toch weinig in overeenstemming is met hetgeen de geschiedenis tot dusverre geleerd heeft omtrent de ontwikkeling van den menschelijken geest. Plato, de wijsgeer der oudheid heeft reeds een beeld van den toekomststaat ontworpen, dat nog nooit werkelijkheid is geworden maar waaruit toch blijkt dat er niets nieuws is onder de zon. En Heymans zelve merkt reeds op, dat de aarde geen paradijs voor ons is, omdat wij ons zoo vreemd gevoelen niet alleen tegenover ons zelve en onze medemenschen, maar ook tegenover den grond der dingen. Ons 'geestelijk leven wordt in steeds toenemende mate gecompliceerd en daarom is het niet te verwonderen, dat wij vreemd staan tegenover onszelve. En dat dit ook tegenover onze medemenschen het geval moet zijn, blijkt wel daaruit, dat de meeningen door de toename der cultuur steeds meer verschillen en tegenover elkander staan, zoodat wij elkander ook moeilijker kunnen begrijpen. Maar het ergste is nog, dat wij vreemd staan tegenover den grond der dingen, omdat de wereldbeschouwing door het gemis van de religie steeds aan kracht verliest. Er is dan ook nog niets in staat gebleken om de functies over te nemen die de godsdienstige wereldbeschouwingen gedurende reeksen van eeuwen hebben vervuld. En juist deze laatste opmerking, die Heymans zeer terecht heeft gemaakt, doet ons niet met hope maar met vreeze de toekomst tegengaan, vooral als wij om ons heen zien, dat hoe langer hoe minder met de religie wordt gerekend en dit verschijnsel van de hoogste tot de laagste kringen in de maatschappij voorkomt en zich vooral onder de rijpere jeugd in niet geringe mate ontwikkelt. De zelfkennis, waarop

Sluiten