Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sokrates reeds heeft gewezen en die Heymans nu weer op den voorgrond plaatst, kan slechts zeer onvolledig zijn, indien daarbij geen rekening wordt gehouden met het religieuze bewustzijn en de vraag doet zich voor of de mensch ooit gelukkig kan zijn, indien hij alleen rekening houdt met dit aardsche bestaan en niet het oog gevestigd heeft op zijn eeuwige bestemming. Zoolang dit niet het geval is, blijft het zeer waarschijnlijk of liever gezegd is het wel zeker, dat het een illusie zal blijken, indien wij meenen, dat wij sterven om plaats te maken voor onze beteren, zooals Heymans dit verwacht. Tot welke beschouwingen zulk een opvatting moet leiden beschrijft Wells, wanneer hij nagaat het geloof, de zeden en het openbaar beleid der nieuwe republiek, zooals hij zich deze droomt in de toekomende eeuw. ]) Hij spreekt hier op een wijze over de religie, waaruit voldoende blijkt dat hij omtrent de eenvoudigste waarheden van het Christendom niet op de hoogte is. En het gevaarlijke van zijn boek bestaat hierin, dat hij het doet in een vorm, die voor het opkomend geslacht werkelijk aantrekkelijk schijnt te zijn. Dat dergelijke denkbeelden, bijzonder in onze dagen, overal gretig worden aangenomen en onze hedendaagsche moraal onderstboven keeren, blijkt dit niet uit het bericht, dat onlangs in de dagbladen werd opgenomen omtrent de socialiseering der vrouw in een stad van Rusland, dat haast te beestachtig klinkt om het te kunnen gelooven ?

Uit de physische verschijnselen, waarmede de bevruchting gepaard gaat, is duidelijk gebleken, dat zoowel de zaadcel als de eicel een gelijk aandeel bijdragen tot de vorming van het nieuwe individu. Het is echter nog niet duidelijk geworden op welke wijze de erfelijke eigenschappen worden overgedragen en de leer van Mendel, die in de plantenwereld zoo vele nieuwe gezichtspunten opende, blijkt bij den mensch nog zeer moeilijk toepasselijk te zijn. Niet ten onrechte heeft Somm er er op gewezen, dat wij ons eigenlijk op het gebied der erfelijkheid in menschelijke families nog bevinden in het stadium van verzameling der feiten en dat wij daarin

') H. G. Wells. De twintigste eeuw en haar waarschijnlijke ontwikkeling, Amsterdam.

Sluiten