Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboren worden. Vele psychosen hebben met het oog op de erfelijkheid geen groote beteekenis zooals de idiotie en de paralyse.

Soms is een ziek lid uit een overigens gezonde familie veel minder gevaarlijk dan' een betrekkelijk gezond lid uit een zwaar belaste familie. In het eerste geval > kan men immers te doen hebben met een verkregen afwijking, terwijl in het laatste geval een toevallige aberratie kan bestaan.

Men begrijpt, dat onder zulke omstandigheden het zeer moeilijk is na te gaan of de regels van Mendel hier al dan niet van toepassing zijn. Men weet op verre na niet op welke eigenschappen het vooral aankomt, zoodat men daarop in de eerste plaats acht moet slaan. Dit maakt de studie zoo gecompliceerd, dat men werkelijk niet kan verwachten hier spoedig eenig licht te zien; ja het is zelfs nog de vraag of dit ooit zal gelukken. Vooral wanneer men behalve de domineerende ook de recessieve kenmerken moet nagaan, wordt het- vraagstuk al bijzónder ingewikkeld; daaruit blijkt echter dat naast de degeneratie ook regeneratie mogelijk is.

De erfelijkheid bij psychosen en neurosen laat dus zoo vele vragen open, dat het niet mogelijk is te voren iets met zekerheid te zeggen omtrent de mogelijke nakomelingenHet zal bijna altijd een raden en gissen blijven, waarin men slechts met meer of minder waarschijnlijkheid kan aangeven wat er gebeuren zal. Men zal zich dus in hoofdzaak moeten bepalen tot het toepassen van al die maatregelen, waardoor het ontstaan der psychosen en neurosen in het algemeen wordt belemmerd.

De studie der erfelijkheid blijft echter van het hoogste belang en dient daarom meer dan tot dusverre stelselmatig beoefend te worden. In München werd nog gedurende den oorlog een groot instituut geopend voor psychiatrisch onderzoek onder de leiding van Kraepelin. Een bijzondere afdeeling daarvan is ingericht voor erfelijkheidsstudiën en Rüdin, die aan het hoofd van deze afdeeling staat, stelt zich voor een reeks van studiën te geven, waarvan de eerste reeds is verschenen.]) Ook in ons land zijn uitvoerige erfelijks-

') E. Rüdin. Studiën über Vererbung und Entsehung geistiger Störungen. I Zur Vererbung und Neuentstehung der Dementia praecox. Berlin 1916.

Sluiten