Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men heeft ook studies gemaakt van enkele vorstenhuizen, waarvan de stamboomen in bijzonderheden bekend zijn en daarbij intellectueele en moreele gegevens onderling vergeleken en tevens den invloed van de omgeving en de erfelijkheid nagegaan. Woods kwam daarbij tot resultaten, die groote overeenstemming vertoonden met de zoogenaamde wet van Galton volgens welke elk kind de helft van zijne eigenschappen erft van de beide Ouders, dus van ieder een vierde, een vierde van de grootouders, van ieder een zestiende enz. tot in het oneindige. ')

Al deze onderzoekingen hebben slechts betrekkelijke waarde en het is er nog verre van daan, dat zij voldoende gegevens verschaffen om te kunnen dienen bij pogingen tot een mogelijke rasverbetering. Meestal zal het dus wel zijn een raden en gissen, luk of raak, maar voldoende wetenschappelijke gronden om het eene aan en het andere af te raden heeft men absoluut niet. Voorloopig zal het dus nog wel bij het oude moeten blijven en zullen bij een huwelijk nu eens meer ideƫele dan weer meer materieele factoren den doorslag geven.

De ervaring leert trouwens, dat het menschelijk ras wat de geestelijke ontwikkeling betreft, nu niet zoo bijster veel verbeterd is. De strijd of de classieke ontwikkeling al dan niet kan worden afgeschaft moest dan immers reeds lang beslecht zijn en het feit, dat vele oude schrijvers thans nog zulke krachtige verdedigers vinden, bewijst wel, dat de producten van hun geest ons nog ten voorbeeld kunnen zijn. En de studie van het oude testament leert ook, dat de menschheid over het algemeen in zedelijk opzicht nog niet veel vooruit is gegaan, want al wordt de vraag: ben ik mijns broeders hoeder? niet meer onder denzelfden vorm gedaan, de practijk des levens toont wel, dat iedereen zichzelf het naaste acht en dit beginsel het liefst in de practijk toepast.

Omtrent de beteekenis der geestelijke erfelijkheid zijn den laatsten tijd dikwijls allerlei verkeerde denkbeelden verspreid. Vooral in de nieuwere litteratuur vindt men soms de be-, schouwing, dat de erfelijkheid als het ware een fatum is, dat een donkere schaduw werpt op het geheele menschelijke

') W. Coenraad. De erfelijkheid in de nieuwere ethiek. Amsterdam 1917.

Sluiten