Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zij aan de hand doet, loopen niet alleen verre uiteen; maar zij geeft zich menigmaal ook niet voldoende rekenschap van den ernst der problemen, die zich heden ten dage op zedelijk terrein voordoen. Als wij haar bijv. raadplegen over de gewichtige quaesties van kapitalisme en militairisme, van private en staatsmoraal, van ethiek en politiek, van zedelijkheid en recht enz., of ook speciaal door haar ingelicht willen worden over handelsmoraal, verzekeringswezen, armenzorg, echtscheiding, vakvereeniging, werkstaking enz., dan ontvangen wij meestal een onvoldoend of in het geheel geen antwoord. Het is, alsof de macht der werkelijkheid haar boven het hoofd is gegroeid. «—In het middelpunt van die vraagstukken staat dat naar de navolging van Christus en het moderne leven. Is er voor die navolging nog plaats in het cultuurleven van den tegenwoordigen tijd? Kan men met haar nog rekenen in den staat, in nijverheid en handel, op de markt, op de beurs, in de bank, het kantoor en de fabriek, in wetenschap en kunst, in den oorlog en aan het front ? Het antwoord op al deze en dergelijke vragen hangt af van den zin, welke aan de navolging van Christus in de Schrift wordt gehecht.

2.

Het woord volgen, navolgen of nawandelen komt in den Bijbel meermalen voor, eerst in letterlijken, maar verder ook in overdrachtelijken, godsdienstigen en zedelijken zin. Er wordt dan in het Oude Testament mede te kennen gegeven, dat de kinderen Israels zich trouw hielden aan de geboden des Heeren, of tot afgoderij en beeldendienst zich heten verleiden. Zoo is er sprake van het navolgen of nawandelen van den Heere hunnen God, en daarnaast van het navolgen of nawandelen van andere goden, van de ijdelheden, de verfoeiselen, de zonde van Jerobeam enz. In 1 Kon. 18 : 21 stelde Elia het volk voor de keuze: zoo de Heere God is, volgt Hem na; zoo het Baal is, volgt Hem na, verg. Num. 32 : 12, Deut. 13 : 2, 4, Joz. 24 : 15. Navolgen van den Heere is een voor de hand liggend en duidelijk beeld van de trouw, waarmede het volk van Israël zich houdt aan den dienst, dien Hij door Mozes ingesteld heeft.

Ook Jezus bedient zich in het Nieuwe Testament menigmaal van deze beeldspraak. Zoodra Hij in het midden van zijn volk optrad, trok Hij door zijne woorden en werken de aandacht. Wijl Hij leerde als machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden, en bovendien vele kranken op wonder-

Sluiten