Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijkvormig maken aan het evenbeeld van Christus. Hij is niet alleen het voorbeeld, maar het Urbild, de archetype van Zijne-discipelen, Matth. 5 : 45, 7 : 21, Mark. 3 : 35, Joh. 4 : 34, Joh. 15 : 14 enz.

De aard dezer navolging wordt in de Bergrede met concrete voorbeelden toegelicht. Om deze wel te verstaan, is het noodig, het volgende op te merken:

1°. De moraal van het Oude Testament kent geene autonomie van den zedelijken mensch, zelfs niet van zijn geweten en rede, maar is door en door theonoom. De zedewet rust in Gods wil; zij wordt zelfs aan eene bijzondere openbaring toegeschreven, Ex. 20 : 1 ; heel de moraal is in de religie gegrond; de Heere heeft aan Israël bekend gemaakt, wat goed is, en wat eischt de Heere van den mensch, dan recht te doen, en weldadigheid hef te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met zijnen God ? Mich. 6 : 8. Maar deze wet Gods is er volstrekt niet mede tevreden, dat zij buiten en boven den mensch staat, maar wil, dat zij in het hart worde opgenomen en in de liefde volbracht worde; de Heere moet het hart tot zich neigen, om in al zijne wegen te wandelen en zijne geboden te houden, 1 Kon. 8 : 58, Hij moet zelf de wet in de harten schrijven, Jer. 31 : 33, opdat de mensch haar liefhebbe en vermaak scheppe in hare betrachting, Ps. 19 : 8 v., 119 : 1 v.

Deze wet Gods sloot in de dagen des O. Test. allerlei burgerlijke en ceremonieele bestanddeelen in, en droeg naar de eene zijde een sterk negatief karakter. Israël moest een heilig volk zijn, zich afgezonderd houden van alle volken der aarde en al het religieus, cultisch en ethisch onreine vermijden. Maar ze was naar de andere zijde wel terdege positief. Degodsdienst van Israël was volstrekt niet ascetisch; de tegenstelling van geest en vleesch was er onbekend aan; God was de Schepper van hemel en aarde, van de ziel en het lichaam. In overeenstemming met de bijzondere roeping, aan Israël toebetrouwd, zag het zich de gave niet toebetrouwd tot de beoefening van wijsbegeerte, wetenschap en kunst, Op deze gebieden staat het volk van Israël bij vele volken ten achter. Maar het overtreft ze verre in de positieve verhouding, waarin het naar de wet Gods zich stelt tot het huwelijk en het gezinsleven, tot het dagelijksch beroep en de bestemming des volks in de geschiedenis der menschheid, tot heel de natuur en tot de gansche wereld. Er is, om maar één ding te noemen, geene natuurpoëzie schooner, rijker, verhevener, breeder, dan die in de Oudtest. Psalmen en Profetieën aangetroffen wordt.

Sluiten