Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet te maken. Smaad en laster, verdrukking en vervolging waren in ruime mate hun deel, eerst van den kant der Joden, Hand. 6 : 9, 4 : 1 v.. 6 : 9 v.. 8 : 1 v., 9 : 1, 2, 12; 1 v.,

2 Cor. 11 : 24, Openb. 2 : 9, 3 : 9, vervolgens ook, hetzij al dan niet op hun aanstoken, van den kant der Heidenen, Hand. 13 : 50, 14 : 2, 19, 17 : 5, 13, 19 : 23 v., 2 Tim.

3 : 12, Tit. 2 :8, 1 Petr. 2 : 12, 3 : 16, 4 : 14, 1 Joh. 3 : 13 enz., en ten slotte onder Nero en Domitianus vanwege den staat. De gemeente van Christus werd in de kringen van Joden en Heidenen als eene secte der Nazarenen beschouwd en werd overal tegengesproken, Hand. 24 : 5, 28 : 22; de publieke opinie was tegen haar; er was groote moed noodig, om zich openlijk bij haar te voegen. De Christenen gingen door voor haters van het menschelijk geslacht en voor vijanden van de maatschappelijke en staatkundige orde; wijl zij geen deel namen aan den officieelen cultus en in eigen vergaderingen samenkwamen, werden zij van ongeloof en bijgeloof, van tooverij, kindermoord en allerlei schandelijke practijken beschuldigd. Zij golden voor het uitvaagsel (vuilnis, afval) der wereld en als aller voetwisch, 1 Cor. 4 ; J3. '

Het spreekt vanzelf, dat de Christenen zich in zulk eene wereld niet thuis konden gevoelen. Zij beschouwden zichzelven als vreemdelingen en bijwoners, hadden hun burgerrecht in den hemel, en zagen verlangend uit naar de toekomst van Christus, Phil. 3 : 20, 21, Hebr. 13: 14, Jak. 1:1.1 Petr. 1 : 1, 2 : 11 enz. Ze konden aan het openbare leven, dat van afgoderij doortrokken en met allerlei ongerechtigheid besmet was, geen deel nemen en trokken zich in de een-* zaamheid, in hun eigen kleinen kring terug. De wereld lag in het booze, was het terrein van satan en de daemonen, en moest met al hare begeerlijkheden gevloden worden, indien men een kind van God en een erfgenaam des eeuwigen levens wilde zijn. Jak. 4 : 4, 1 Joh. 2 :15, 5 : 19. Wat konden de apostelen aan de geloovigen, in zulke omstandigheden levende, anders aanbevelen dan de beoefening dier deugden, welke Christus betracht en aan zijne discipelen ter navolging had gesteld. Evenmin als Jezus, konden zij aan de leden der gemeente eene cultuurtaak opdragen en hen aansporen tot onderwerping der aarde en verovering der wereld. Want behalve dat Jezus daarvoor niet in de wereld gekomen was en zijne gemeente vergaderd had; indien de gemeente aanstonds deze taak ter hand had genomen, zou zij met haar klein getal en haar zwakke kracht weldra in den maalstroom der wereld verslonden zijn. Het kwam er in den eersten tijd

Sluiten