Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet te tergen, opdat zij niet moedeloos worden, Ef. 6 : 4,. Col. 3 : 21, de mannen hunne vrouwen lief te hebben en niet verbitterd tegen haar te worden, maar haar als het zwakkere werktuig Gods eere te geven Ef. 5 : 25, Col. 3:19,

1 Petr. 3:7, en behooren de overheden niet eene vreeze te zijn voor de goeden, maar voor de kwaden, Rom, 13:3; doch kinderen, vrouwen en onderdanen worden toch steeds vermaand, om in alles, niet alleen bm der straffe, maar ook om der consciëntie wil, onderworpen en gehoorzaam te zijn, Rom. 13 : 5, Ef. 6 : 1^-3, Col. 3 : 18, 20, Tit. 3 : 1, 1 Petr,

2 : 13 17, 3 : 1—6. De geloovigen moeten voor koningen

en voor allen, die in hoogheid zijn, hunne smeekingen en gebeden doen, opdat zij een gerust en stil leven mogen leiden in alle godzaligheid en eerbaarheid, 1 Tim. 2:2. Een ander en hooger ideaal wordt hun niet voor oogen gesteld; nergens treffen wij eene positieve opwekking aan, om op hun recht te staan, om voor hunne vrijheid op te komen, om hunne positie in de maatschappij te verbeteren, om te dingen naar een ambt in of naar invloed op den staat. Zelfs als onder hen de een tegen den ander eene zaak heeft, moeten ze niet voor de onrechtvaardigen terecht gaan, maar liever ongelijk en schade lijden, 1 Cor. 6 : 1—7.

Op dezelfde wijze worden de Christenen gewaarschuwd tegen het zweren, Jak. 5 : 12; tegen de wijsheid der wereld en de ijdele philosophie, 1 Cor. 2 : 19 v., Col. 2 : 8, tegen den rijkdom, 1 Tim. 6:9, 10, Jak. 5 : 1—6, want als we voedsel en deksel hebben, zullen we daarmede vergenoegd zijn, 1 Tim. 6 i 8. Zelfs valt niet te ontkennen, dat Paulus Jian den ongehuwden staat de voorkeur geeft, Hij denkt er niet aan, om met de asceten zijner dagen het huwelijk zelf af te keuren, 1 Tim. 4:3; veeleer erkent hij daarin eene volle levensgemeenschap van man en vrouw, 1 Cor. 7 : 3, 4, 11 : 21, een beeld van de vereeniging van Christus en zijne gemeente, Ef. 5 ; 31, 32. Maar toch zijn er twee redenen, waarom hij het ongehuwd zijn een voorrecht acht; ten eerste om den aanstaanden nood, want wie trouwen, zullen verdrukking hebben in het vleesch, 1 Cor. 7 : 26—28, en ten andere, omdat de gehuwde zich bekommert met de dingen dezer wereld, hoe hij de vrouw zal behagen, maar de ongehuwde bekommert zich met de dingen des Heeren, hoe hij den Heere zal behagen, 1 Cor. 7 : 32—34. Een gebod wil de apostel hiermede in het minst niet geven, want een iegelijk heeft zijne eigene gave van God, de een aldus en de ander alzoo. Maar als de ongehuwden konden blijven, zooals hij, dan zou hij dit wenschelijk achten, 1 Cor. 7 : 7, 8,

Sluiten