Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■die ons allengs in den weg van ervaring en onderzoek bekend worden. Wie dus de natuur wil leeren kennen, moet de natuur bestudeeren; wie landman wil worden, moet den landbouw beoefenen; wie koopmanschap wil drijven, moet in ■den handel gaan enz. Geen Schriftstudie brengt den mensch van dit alles op de hoogte, maar naarstig onderzoek van wat God hem door zijne schepping en voorzienigheid leert.

Ten derde komt dus aan het Christendom ten opzichte van natuur en cultuur eene bepetkte taak toe. Het bindt nooit tegen deze beide op zichzelf denstrijd aan, maar alleen tegen het bederf, dat er ingedrongen is. Gelijk Christus alleen in de wereld kwam, om de werken des duivels te verbreken, maar om daardoor juist de werken des Vaders te herstellen; zoo staat het Evangelie enkel en alleen, maar ook volstrekt en algemeen tegen de zonde over. Dus tegen de zonde in al haar vormen en werkingen, tegen de zonde als dwaling en leugen, als schuld en smet, als ellende en dood; tegen de zonde in het openbare en in het private leven, in recht en zede, in maatschappij en staat enz. Maar bij dien strijd, dien het Evangelie van Christus ten allen tijde en alom tegen de zonde aanbindt, bedient het zich en kan en mag het zich -naar zijn aard niet anders bedienen dan van geestelijke wapenen. Dus niet van geweld of dwang, rijkdom of macht, vleierij of huichelarij, maar alleen van het woord en het geloof, de waarheid en de gerechtigheid. Deze wapenen gelden als krachtig voor God, en zijn in staat, om alle sterkten neder te werpen, die zich verheffen tegen de kennis van God, en om alle gedachten gevangen te leiden tot de gehoorzaamheid van Christus.

Zoo trad de gemeente in de eerste eeuwen tegen de wereld op, en op geene andere wijze heeft zij in beginsel thans den strijd te voeren. Tusschen de eeuw, waarin het Christendom optrad, en die, waarin wij leven, bestaat groote overeenkomst; menige trek van ongeloof en bijgeloof laat zich aanwijzen, die toen en nu aan de cultuur eigen was. Maar om de overeenkomst mag men toch het groote verschil nieVvoorbijzien. In de Grieksch-Romeinsche wereld, waarin het Christendom allengs binnendrong, was het gansche openbare en private leven doortrokken van het polytheisme; alles hing samen met de afgoderij. Daartegen was het in de eerste plaats, dat de kerk hare aanvallen richtte, en in dien strijd sjtond ze sterk. Als aj de afgoderij, het bijgeloof, de sterrenwicfifarij en de toovenj bestreed ; als zij opkwam tegen hoererij, echtbreuk, onnatuurlijke zonden, vruchtafdrijving, het te vondeling leggen van 3dnderen; als zij te velde trok tegen hebzucht, gierigheid,

Sluiten