Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zedelijkheid onderscheiden .zijn en in deze bedeeling nooit kunnen samenvallen. De wet Gods, dat is het volmaakte zedelijkheidsideaal van het Christendom, komt in geen enkel mensch op aarde tot hare volkomene vervulling; zelfs de allerheiligsten hebben nog maar een klein beginsel der volmaakte gehoorzaamheid. Veel minder is dan te verwachten, dat de wetgeving des lands, die het recht te regelen heeft, aan dit ideaal ooit beantwoorden zal. Trouwens, het recht heeft eene andere taak en beheerscht een beperkter gebied dan de moraal; het mag er niet mede strijden, maar het komt er nooit volkomen mede overeen. Ten eerste reeds daarom niet, wijl het alleen uitwendige verhoudingen regelt; en ten andere, omdat het recht in zijne ontwikkeling steeds onder den invloed staat, niet alleen van algemeene zedelijke beginselen, maar ook van toestanden en verhoudingen, die in een gegeven tijd bij een volk bestaan. En deze zijn altijd nog ver van de volmaaktheid verwijderd. Eene door en door gezonde cultuur is daarom ook feitelijk onmogelijk; zij bestond nooit en zal ook in de toekomst onder geen volk bestaan; de volmaaktheid van enkele en gemeenschap behoort tot eene andere bedeeling.

Naar het schijnt, komen sommige Christenen juist tegen dit door hen zoo gevoelde dualisme in verzet. Zij stellen den eisch, dat de Christelijke beginselen consequent en radicaal in de maatschappij en den staat zullen worden toegepast. Met name stellen zij thans in betrekking tot den oorlog dien eisch; de dienstweigeraars achten op grond van het zesde gebod of van de Bergrede van Christus, of ook wel om Buddhistische en humanitaire overwegingen eiken oorlog uit den booze. Met zulk eene gewetensovertuiging behoort de Overheid zooveel mogelijk rekening te houden; de tegenwoordige Minister van Oorlog kwam haar, gelukkig, reeds een eind weegs te gemoet. Maar ofschoon zulk eene eerbiediging der consciëntie, mits gepaard gaande met maatregelen tegen simulatie, aan te bevelen en te prijzen valt, die consciëntie is van Christelijk standpunt toch als een dwalende aan te merken, en de dwaling, waaraan zij lijdt, is goed beschouwd, niet van onschuldigen aard, maar ernstig en gevaarlijk.

Ten eerste blijkt dit hieruit, dat het veroordeelen van allen en eiken oorlog niet op zichzelf staat, maar steeds bij elk, die doordenkt, samenhangt met overtuigingen, die tegen heel de rechtsorde ingaan. Tolstoi heeft dit terecht alzoo ingezien. Als de staat eiken oorlog weigeren moet uit liefde tot den naaste, en liever zijn grondgebied, zijne zelfstandig-

Sluiten