Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekroond — want het rechtvaardige eener zaak is nog geen waarborg voor haar triomf — de opoffering en de zelfverloochening, welke een volk zich in zulk een strijd getroost, zijn schatten, welke in de geschiedenis niet verloren gaan.

Daarom hebben Christenen, die naar de wet Gods wenschen te leven en het voorbeeld van Jezus wenschen na te volgen, zich niet tegen de rechtsorde te verzetten noch eiken oorlog in beginsel te veroordeelen. Er kunnen zeker gevallen voorkomen, waarin die rechtsorde zelve bedorven is .en allerlei ongerechtige elementen in zich heeft opgenomen, zooals bijv. in den Romeinschen staat, die aan het polytheisme gehuwd was en goddelijke vereering van den keizer ten plicht stelde. En dan is het bieden van lijdelijk verzet der Christenen plicht. Maar daarbij moet dan toch weer nauwkeurig onderscheiden worden tusschen het onrecht, dat de staat pleegt, en_ het recht, dat hij desniettemin als staat behoudt. Zeggen Christus en de apostelen niet, dat men den keizer geven moet wat des keizers is, en hebben zij niet het instituut der slavernij geëerbiedigd? Niet revolutionair, maar hervormend en vernieuwend heeft het Christendom in deze wereld op te treden; het moet overwinnen door zijne geestelijke en zedelijke kracht. En Christenen behooren niet eiken oorlog in beginsel te veroordeelen, maar hebben veeleer de roeping, om in den oorlog, indien hij overhoopt over een volk komt, zich zoo te gedragen, als navolgers van Christus betaamt. Ook hier is de bede van toepassing, dat de discipelen van- Jezus niet uit de wereld worden weggenomen, maar in de wereld bewaard worden van den booze.

Volgens velen is dit echter juist eene onmogelijke taak, wijl de oorlog altijd een kwaad is en het weerstand bieden aan den vijand nimmer is geoorloofd. Onder degenen, die de woorden van Jezus alzoo verstaan, kunnen wij afzien van hen, die ze met opzet zoo uitleggen, om de onvereenigbaarheid van Christendom en hedendaagsche cultuur in het licht te stellen en daarmede te gemakkelijker van de eischen van het Evangelie zich te kunnen ontslaan. Maar ook zij, die zulk eene bedoeling allerminst koesteren en veeleer de geheele cultuur zouden willen prijsgeven, als de navolging van Christus dit eischt, maken zich aan eene groote eenzijdigheid schuldig. Zij miskennen, gelijk ons bleek, de strekking van Jezus woorden, die hoegenaamd geen gewag maken van den plicht van den staatsburger of van de overheid, maar uitsluitend handelen van die deugden, welke zijne discipelen, naar zijn voorbeeld, in den omgang met anderen en te midden van eene vijandige maatschappij in practijk hebben te brengen; en zij vergeten

Sluiten