Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het Oude Testament, en kunnen daaruit weder alleen de voornaamste punten aan een nader onderzoek onderwerpen.

We willen aanvangen met datgene waarmede ook de H. Schrift begint, het scheppingsverhaal. Bij alle volken worden verhalen over de wording der wereld aangetroffen. Opzettelijk zeggen we: de wording der wereld. Want, en dit is al aanstonds een kenmerkend onderscheid, overal gaat het om de vraag hoe de tegenwoordige wereld uit het tevoren bestaande is gevormd (kosmogonie); alleen de H. Schrift kent de schepping, de formeering der wereld uit hetgeen tevoren niet bestond. Daar komt nog bij dat deze wording der wereld bij de volken gemeenlijk ook nog weder verband houdt met de wording der goden (theogonie). De voorstelling is dan in grove trekken deze, dat uit een zekeren oer-toestand, den chaos, of, gelijk bij de oude Skandinaviërs het ijs, de eerste goden of geweldige reuzen ontstaan, en dat dan, veelal ten gevolge van een strijd, waarin weder jongere goden de reuzen overwinnen, uit de lichaamsdeelen der gedoode reuzen de tegenwoordige wereld wordt gevormd. Eene andere voorstelling is die van het wereldei, dat in tweeën wordt gespleten, en uit welks bovenste helft de hemel en uit welks onderste helft de aarde wordt gevormd (zoo met name bij de Indiërs, Chineezen en Japanneezen). Het is voor ieder duidelijk hoe ver zulke op het veelgodendom berustende voorstellingen eener gecombineerde theogonie en kosmogonie van het Schriftuurlijk scheppingsverhaal afstaan. Dit geldt ook van het Babylonische scheppingsepos dat een Engelsch geleerde, George Smith, uit de ruïnen van het oude Ninive heeft tevoorschijn gebracht. Wijl men zich met voorliefde op deze Babylonische mythe als parallel van ons Bijbelsch scheppingsverhaal beroepen heeft, geven we daarvan in 't kort den inhoud weer, zoover als die uit den sterk geschonden tekst is op te maken. Allereerst wordt beschreven hoe uit den chaos, gepersonificeerd in den goden-trias Apsoe, Tiamat en Moemmoe, weder andere goden voortkomen : Lachmoe en Lachamoe, Ansjar en Kisjar en eindelijk Anoe (d. i. de hemel), Ea (d. i. de zee) en En-lil (d. i. de aarde). Nu ontbrandt een strijd waarin de oorspronkelijke chaös-machten, onder leiding van Tiamat, de jongere goden zoeken te vernietigen, met behulp van een elftal vreeselijke

Sluiten