Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarschijnlijke wordt geacht is deze, dat hier eene voorstelling wordt gegeven van goden die beschikken over den levensboom, bij welken de slang de wacht heeft te houden. Voor een paar jaar heeft echter een Amerikaansch geleerde een oud Babylonisch (Sumerisch) fragment ontdekt, waarin naar hij en anderen meenen toch metterdaad van den zondeval sprake is. Daarin wordt namelijk gehandeld van een man die een zekere plant aanraakte, waarschijnlijk ook wel daarvan at (al is dit door den geschonden staat van het fragment niet met zekerheid uit te maken) en daardoor een goddelijke vervloeking op zich laadde: „voortaan zal hij geen leven zien tot hij sterft." Nu is het echter zeer de vraag of hier in 't geheel wel van een val sprake is; uit niets blijkt van een verbod om te eten. En verder zijn de gegevens die de tekst biedt veel te spaarzaam om daaruit iets af te leiden, Maar wat de tekst ons onthoudt weet het gissend vernuft wel aan te vullen. Het geval wil dat in een anderen tekst verschillende soorten van de hier waarschijnlijk bedoelde plant in verband worden gebracht met de slang, en dit is voor genoemden Amerikaanschen onderzoeker genoegzame reden om aan te nemen dat in een paar ontbrekende regels van de slang gesproken werd. Wij behoeven ons hierbij niet op te houden. Ieder gevoelt dat parallellen die zoo worden geconstrueerd zeker niet als feiten kunnen worden aangemerkt. De Perzische sage van Mesjia en Mesjiane, het uit den door Ahriman gedooden Gayomart verwekte menschenpaar, dat, door Ahriman verleid, dezen in plaats van Ormoezd als schepper erkent, komt eerst voor in dezelfde late bron waarin van de zes scheppingsperioden sprake is, en heeft waarschijnlijk den invloed van het Bijbelsch verhaal ondergaan.

Na de Paradijsgeschiedenis vraagt thans onze aandacht het zondvloedverhaal, en het is wel zeker dat de Vergelijkende Godsdienstwetenschap hier meer op hare creditzijde boeken kan dan ten aanzien van de beide eerder besproken punten. De traditie van een ontzaglijken watervloed die alle levende wezens doodde, en slechts enkelen in leven het treffen we over de geheele aarde verspreid aan. Een zeker schrijver die zich beijverd heeft deze zondvloedverhalen te verzamelen telt er niet minder dan zestig. We vinden ze niet alleen in het geheele Aziatische Oosten, maar evenzeer bij Grieken,

Sluiten