Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Germanen en Slaven, ja zelfs bij de bewoners van MiddenAmerika zoo goed als van de eilanden der Stille Zuidzee. Vooral de overlevering die we aantreffen bij de Babyloniërs, en waarmede die van de Perzen de meeste overeenkomst vertoont, vraagt weder onze bizondere aandacht. De Babylonische zondvloedgeschiedenis is ons bewaard in verschillende vormen, waarvan echter wel de belangrijkste is die welke voorkomt in het z.g. Gilgamesj-epos. De held van dit gedicht, Gilgamesj, komt op het eiland der zaligen en ontmoet daar zijn voorvader, den Babylonischen Noach, die hem het verhaal van den vloed en zijne redding doet. De god Ea had hem namelijk tevoren in een droom geopenbaard dat er een vloed komen zou en hem geraden tot zijne redding een schip te bouwen. In dat schip had hij zich met de zijnen en al zijne have ingescheept, en ook allerlei gedierte had daarin een toevlucht gezocht, toen een verschrikkelijke regen met hevig onweder het begin van den vloed aankondigde. Zes dagen hadden regen en storm aangehouden (ineen Sumerische, oudere, overlevering is de duur van den vloed veel langer, van den eersten dag der eerste maand tot den negenden dag der negende maand), en op den zevenden dag was het schip naar een berg gedreven en daarop blijven vastzitten. Nadat het schip zes dagen vastgezeten had, liet hij achtereenvolgens een duif en een zwaluw uit die weder terugkeerden, en een raaf die niet terugkeerde. Toen verliet de geredde zijn schip en bracht den goden een offer. Men ziet de merkwaardige trekken van overeenkomst met het Schriftuurlijke zondvloed verhaal. Doch, naast deze overeenstemming is er ook een zeer groot verschil 1 We willen niet wijzen op verschilpunten van ondergeschikt belang, zooals in den duur van den vloed, en de keuze der uitgezonden vogels; immers voor de vergelijking komt het niet op de neventrekken, maar op de hoofdtrekken aan. Doch juist in de hoofdtrekken bestaat er een tweeledig verschil van de grootste beteekenis: in de eerste plaats dat in de H. Schrift de zondvloed wordt geteekend als een oordeel Gods over de zonden der menschen, terwijl jn Babel iedere zedelijke motiveering ontbreekt, en de vloed als een daad van willekeur der goden wordt beschreven ; in de tweede plaats dat het Babylonische zondvloedverhaal in een zoo krasse, grof-polytheïstische omlijsting is gezet, dat de tegenstelling met het Bijbelsch bericht aan

S. en p. //. 2 4*

Sluiten